Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„eene kamer in een hotel, waar men mij niet naar mijnen „naam vroeg. Ik ging, oververmoeid als ik was, dade„lijk te bed en was op het punt in te slapen, toen ik „een oploop hoorde in de straat en er aan mijne deur „werd geklopt. Het was de eigenaar zelf van het hotel, „die zich verontschuldigde, dat hij eene onaangename „mededeeling had te doen. „Spreek," zeide ik, en „hij antwoordde: „Ik verneem daar, dat gij Mevrouw „„Josephine Butler zijt en het gepeupel heeft ontdekt, „„dat gij hier verblijf houdt; het dreigt het huis in „„brand te steken , als ik u niet op staanden voet doe „„vertrekken. Ik zoude u gaarne huisvesten, want ik „„geloof vast en zeker, dat de zaak, die gij voorstaat, „„goed is; maar men is zoo verbitterd jegens u, dat „„mijn huis niet meer veilig is, zoolang gij er binnen „„vertoeft." Ziende dat ik oververmoeid was, kreeg hij „medelijden met mij en zeide: „Ik zal u in stilte doen „„weg leiden en zorgen, dat gij een bescheiden onder„„komen krijgt." Ik pakte mijne zaken inderhaast bij „elkander en een bediende van het hotel bracht mij langs „eene zijstraat naar de woning van een arbeider, die „met zijne vrouw genegen was mij huisvestig te ver„leenen .... Den volgenden morgen vroeg ging ik „dadelijk onze vrienden opzoeken; maar werd gewaarschuwd toch vooral te zorgen, dat op straat niemand „mij bij mijnen naam noemde. Wij hielden eene haastige bespreking over het al of niet wenschelijke om

Sluiten