Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Butler met Mrs. Hampson, hare trouwe gezellin, in eene rustige achterstraat, die enkel door het schijnsel der sterren werd verlicht. Een dertigtal vrouwen was haar gevolgd; maar had den tact reeds spoedig uit één te gaan en haar alleen te laten. Geen van beiden kenden zij echter den weg in de stad en toen zij weder op een der hoofdstraten uitkwamen, werden zij teruggeschrikt door het driftig geschreeuw der menigte, dat in ééns weder van zeer nabij scheen te klinken. „Ik kon niet „meer verder," verhaalt Mrs. Butler; „ik was te moe en „ik verzocht Mrs. Hampson mij alleen te laten en te „gaan zien, of zij een rijtuig kon krijgen. Zij duwde „mij daarop in een soort van pakhuis, waar op dat „oogenblik niemand in scheen te zijn en sloot de deur „achter mij. Daar stond ik, alleen, in donker, tusschen „ledige flesschen en gebroken glaswerk, luisterende naar „de voetstappen van mijne belagers, die voorbij gingen „zonder te vermoeden, dat ik hun zoo nabij was. In „ééns ging de deur half open en in het flauwe schemerlicht zag ik de slecht gekleede, armoedige figuur van eene „ongelukkige, verloren vrouw. Zij kwam op mij af en „fluisterde: „Is u de dame, die het grauw te lijf wil? „„O, wat een schande u zoo te behandelen. Ik ben „„niet op de samenkomst geweest; maar ik heb van u „„gehoord en ik heb naar u uitgezien." De sympathie „van die arme, ellendige vrouw wekte mij op; entoen „Mrs. Hampson terug kwam met het bericht, dat zij

16*

Sluiten