Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„hier als getuige te verschijnen en eene groote tegenstelling met de beproeving, die ik en anderen hadden „door te maken, toen wij in 1871 , nu vijf jaren gele„den, voor de Koninklijke Commissie in het Hooger„huis werden gedaagd. Al de buitenlandsche getuigen „zaten mede aan een groote ronde tafel, de 12 commissieleden aan het hoogereind. Wij gevoelen dadelijk „(en het was te Parijs nog wel), dat hier geen sprake „was van cynisme, geen toeleg om de getuigen te „vangen in hunne woorden, geen ander doel dan om „de waarheid aan het licht te brengen en om daartoe „gebruik te maken van de ondervindingen in andere

„landen opgedaan De commissieleden waren

„het onderling niet altijd eens, en het eischte veel tegenwoordigheid van geest en veel vastheid van geheugen „om de ondervraging van een 12-tal scherpzinnige, „logische Franschen te staan. Maar het was eene inspanning van geest, die iemand krachtiger en gelukkiger maakte, ziende de oprechtheid van bedoeling, „die de vragers dreef. Een paar dagen, nadat wij in „het Palais du Luxembourg waren verhoord, traden wij „op in een groote vergadering. Destijds kon te Parijs „geene openbare vergadering worden gehouden zonder „vergunning van Regeeringswege, en die was nu een„maal niet te verkrijgen voor eene vergadering, waar „het vraagstuk der zedelijkheidspolitie aan de orde „werd gesteld ; daarom was het een besloten vergade-

Sluiten