Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„kracht op de kwade hartstochten van den mensch; „dat is het werk van den grooten vijand van God en „menschen, van den Vorst der Duisternis. De mensch, „die zich laat gaan in zijne kwade hartstochten, eindigt „met het blinde werktuig te worden van het onverbiddelijk kwaad, waartegen het algemeen menschelijk

„geweten in voortdurenden opstand is In onze

„dagen worden door wetten en gebruiken gewettigd „wreedheden, die slechts het vreeselijk en nootlottig „gevolg zijn van het feit, dat den laagsten driften van „den man geen enkele breidel wordt aangelegd. „Het is haast, alsof de machten der duisternis, ziende „dat de dageraad aanbreekt, nog eene uiterste en reusachtige poging wagen om Gods schoone aarde te veranderen in een hel. Er zijn menschen, die, al schijnt „de Zonne der Gerechtigheid hun in het gelaat, de „duisternis meer lief hebben dan het licht; menschen, „die het kwade goed noemen en het goede kwaad! „Zij, die den dageraad aankondigen, komen derhalve „niet met eene boodschap des vredes; zij roepen tot „opstand tegen het materialisme, dat in onze dagen tot „een stelsel is verheven; tegen dat materialisme, dat „het verstand der menschen doordringt en als onbewust „hun geloof ondermijnt. Wij zijn opstandelingen, die „optrekken onder de banier der Goddelijke Wet. Dit „zijn dagen van strijd! Onverschilligheid of lijdelijkheid leidt tot eenen zekeren ondergang. Niet strijden ,

18

Sluiten