Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

VOOR BERICHT.

Op de algemeene vergadering der Veremiging van Christelijke Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland, den 3en en 4<?» Juni 1884 te 's-Gravenhage gehouden, leidde de heer Fransen het voorstel in: »De algemeene vergadering acht de uitgave wenschelijk van het belangrijkste uit de eerste 25 verslagen onzer algemeene vergaderingen." Dit voorstel werd door al de aanwezigen toegejuicht, doch daar het Hoofdbestuur meende, dat de uitgave van een dergelijk uittreksel niet op zijn weg lag, werd aan het wenschelijk gekeurde geen uitvoering gegeven.

Weer kwam de zaak ter sprake op de algemeene vergadering, in 1885 gehouden. Toen toch werd door den heer De Puy het voorstel ingeleid: »De algemeene vergadering spreke de wenschelijkheid uit, dat het Hoofdbestuur de uitgave bevordere van: »Eene bijdrage tot de kennis der geschiedenis van het ontstaan en den voortgang van het Chr. onderwijs tot op 1880." Men zei: »Het was gebleken, dat verreweg het grootste deel van het onderwijzend personeel met die geschiedenis ten eenenmale onbekend is, en daarom zal zoodanige bijdrage niet alleen aan de onderwijzers, maar aan al de vrienden der Chr. school zeer welkom zijn." Algemeen was men weer doordrongen van de wenschelijkheid van het voorgestelde, doch daar het Hoofdbestuur evenals in 1884 er op wees, dat men aan particulieren het schrijven van zoo'n «bijdrage" moest overlaten, bleef alles in status quo.

Thans schrijven wij reeds 1897 en nog laat eene geschiedenis deiwording en ontwikkeling van het Chr. lager onderwijs in Nederland op zich wachten. Daarom heeft ondergeteekende zich opgemaakt, een dergelijk overzicht te schrijven. Hij heeft dat gedaan in de overtuiging. dat vooral in onze dagen, nu de stoffelijke belangen des onderwijzers zoo op den voorgrond worden gesteld, het niet over-

Sluiten