Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verloor de kloosterschool eeuige magisters en wel negentig leerlingen. In de 15e eeuw kreeg de school te Aduard eene groote vermaardheid, vooral door Joh. Wessel Gansfort, te Groningen geboren en wegens zijne kunde het «Licht der wereld" genoemd. Ook liet aan die school Rudolf Agricola zijn licht schijnen.

I)e Roodeschool )>ij Bedum, naar de roode dakpannen aldus genaemd, was met de hoofdschool te Aduard verbonden. I)e eerste school was eigenlijk eene opleidingsschool voor de laatste. De Oodsschool te Yle in Oost-Friesland droeg haren naam. omdat men er zich hoofdzakelijk met godgeleerde wetenschappen bezig hield.

De boekenlijst der Egmonder abdij bewijst, dat de Bijbel in deze kloosterinrichtingen niet geheel onbekend was. In de 12e oeuw klaagde evenwel Hugo van Victor, dat de kloosterlingen hunne hand «vaardiger uitstrekten naar den teerling, dan naar het misseboek." Zoo bleef de H. Schrift voor den leek een gesloten boek, dat alleen, geheel of slechts ten deele, in de kloosterbibliotheken bekend was, doch door vadsigheid weinig gelezen werd.

De Benedictijner-orde was langzamerhand door rijkdom traag geworden. De Dominicanen of Predikheeren en de Franciscaner-monniken zetten echter de taak der Benedictijners voort en richtten overal parochiescholen op en voorzagen zoo in de behoefte aan stadsscholen. Over het algemeen deed echter de geestelijkheid op het gebied der klooster- en kapittel- of parochiescholen haar gezag gelden, terwijl de vorst des lands op het terrein der stadsscholen zeggenschap had. De laatste soort van scholen ontstond ten behoeve, niet meer van de Kerk, maar van den burgerstand, «opdat der goeder lieden niet mochten verzuimd worden," zooals het heet in den aanstellingsbrie f van Nicolaas van Marre in 1324.

De scholen verdeelde men in groote en bijscholen. De eerste waren de Latijnsche scholen, waarop de grootere «schoelres" gingen; de laatste waren de stadskinderscholen. Eerst later wordt van particuliere scholen melding gemaakt.

In al deze scholen werd aan het schrijven weinig gedaan. Het schrijfmateriaal was zeer duur, daar het papier nog niet bekend was en het perkament zeer schaars voorhanden was. Niet zelden wischte men handschriften en daaronder, tot groot verlies der wetenschap, die van klassieke schrijvers, uit, om vau het perkament opnieuw gebruik te maken. Eerst in de 13'' eeuw begon men van lompen

Sluiten