Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schrijven, rekenen, enz. met alle naarstigheid te leeren het Vader Onze, 't Geloof en de Tien Geboden." «Want ook dit is de eigenaardige gereformeerde opvatting van het doel der opvoeding, zooals onze oude schoolordeningen het opvatten, dat het niet alleen te doen is om de zaligheid der zielen ieder afzonderlijk, maar ook, en meer nog, om den welstand en den bloei der maatschappij. Daar zit in de^ gereformeerde beschouwing over de school een sociaal element (met het oo«r op de Kerk zoowel als op de maatschappij), dat niet moet worden voorbijgezien." (Dr. J. Woltjer. «Wat is het doel v. h. Chr. N. Schoolonderwijs 'tn blz. 68).

De Bijbel werd in de scholen minder gebruikt dan de Catechismus. Het catechetisch onderwijs trad meer op den voorgrond. Slechts bij gelegenheden behandelde de onderwijzer met zijne leerlingen de Bijbelsche geschiedenis. Toch verkregen de kinderen genoegzaam onderwijs in dat vak door historische catechismussen en leesboeken, waarin gedeelten des Bijbels waren opgenomen, zooals »de Historiën van Davidenz. Ook las de onderwijzer zoo nu en dan enkele gedeelten uit de H. Schrift zelve met zijne leerlingen. Tot het godsdienstonderwijs op school behoorden ook, behalve de 1 ien geboden, het Onze Vader en de 12 Artikelen des geloofs. *de inzettingen des H. Doops en des hoogweerdigen Nachtmaals Christi, het morgen-en avondgebed, mitsgaders het gebed voor en in den eten. Dit alles werd door vele reglementen voorgeschreven en onze vaderen toonden daardoor hunne angstvallige zorg voor vaderland en gewetensvrijheid. Die reglementen waren regelen van gedrag, levendig en vol vuur, ter voorkoming van alles, wat het vrije onderzoek mocht ondermijnen. Die geschriften, handelende over de godsdienstige vorming der jeugd, getuigden van hoogen ernst en waren onwraakbare bewijzen van het verband der staatsregeling met de gewetensvrijheid, terwijl zij die beide gelijkelijk hielpen ondersteunen en versteiken. •Gewetensvrijheid," zegt Budding in zijn «Gesch. v. Opv. en Onderwijs in Nederland," een werk waaraan wij menige bijzonderheid hebben ontleend, «Godsdienst, Bijbel en Bijbelkennis en vrij onderzoek stonden bij ouze vaderen in alles op den voorgrond; dat gevoel poogden zij in den boezem des volks over te planten, en het schoot er diepe, onuitroeibare wortelen. Zij verbonden dat ten nauwste met de belangen van het schoolwezen, dat zich sedert de afschudding van het Spaansche juk en Rome s gewetensdwang,

Sluiten