is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in opzicht tot den godsdienst en liet godsdienstig onderwijs niet kracht ontwikkelde." (Zie deel I. blz. 97).

De vrijheid van geweten, dat kostelijk kleinood, dat men niet opoffering van goed, bloed en tranen had verworven, mocht niet weder verloren gaan. Daarom werd op de Jezuïeten goed toegezien en het bij hen ter schole gaan verboden. Bij plakkaat van 4 April 1596 waarschuwden de Staten-Generaal alle ingezetenen des lands, »zich te begeven in eenige scholen der Jezuïeten binnen of buiten de Nederlanden, op pijne van ten eeuwigen dage te wezen inhabiel, om eenige ambten en officien binnen deze landen te bedienen." In latere jaren werd dit plakkaat telkens vernieuwd en deze waakzame zorg tegen Rome en Spanje lost ons het raadsel op, hoe een klein plekje gronds een zoo krachtig bolwerk is geworden voor de vrijheid van geloof.

»Het is er dus zoo ver af, dat de hoogere en lagere Overheden dezer landen, of de magistraten der steden, zich het volksonderwijs niet zouden hebben aangetrokken, dat het integendeel, sedert de vestiging der Republiek, veeleer een voorwerp van hare 'bestenditje zorg is geweest, niet enkel ten doel hebbende de jeugd in het lezen, schrijven en rekenen te oefenen, maar ook om te voorkomen, dat de schoolkindereu »haer niet komen te verloopen, of in de schooien, of als zij naer huys gaan, in 'tmisbruyk van des Heeren Heiligen naem, in vloeken, stelen, liegen, enz., tegen de sedigheyt en de Godsaligheyt strijdende, en plegen. Maer ten contrariën zullende schoolmeesters liaer bevlijtigen om de kinderen in de vreese des Heeren ende goede manieren, allenthalven binnen en buiten de schooien, te onderhouden, en dat ze der oudere, magistraten en allen eerlycken luyden behoorlyck eer ende respect bewijzen, dewijl daar zeer veel aan gelegen is, dat de jonge jeugt in de ware Godsaligheyt, gehoorzaemheyt ende andere Christelijke deugden van jongs op geoeffent ende wel gestileert worden." (Zie blz. 31 van «Geschiedkundig overz. v. h. L. Onderwijs in Nederland" door I'. K. Görlitz).

Het volksonderwijs was in de dagen der republiek een voorwerp van de bestendige zorg der Overheid. Wij zeggen dit Görlitz gaarne na. Maar die zorg was geen onnatuurlijke, zooals die van thans; ze stond in de juiste en natuurlijke verhouding tot do zorg, die volgens Gods ordonnantiën aan huisgezin en Kerk betreffende het onderwijs zijn opgelegd. En zóó moet het wezen.