Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eea ordonnantie uit, waarbij bepaald werd, dat niemand onderwijs mocht geven, of hij moest een voldoend examen voor de magistraten der steden afgelegd hebben (1581). Later moesten op het platte land de hoofdofficieren der dorpen en in de heerlijkheden de ambachtsheeren of hunne gevolmachtigden de onderwijzersexamens afnemen. Werd hierdoor het personeel der scholen aanmerkelijk verbeterd, de Dordsche Synode drong bij de regenten er tevens op aan, dat de onderwijzers voldoende gesalarieerd werden, opdat bekwame en ij\erige mannen voor de school mochten worden gewonnen. Ten gevolge hiervan begon men meer de inkomsten der geestelijke goederen te besteden, om de onkosten van het onderwijs te bestrijden. Dezelfde hooge kerkvergadering poogde niet alleen het schoolwezen te verbeteren ; zij wenschte het ook algemeen te maken en drong er daarom op aan. 0111 arme kinderen het onderwijs kosteloos te doen genieten. Vooral in steden verrezen daardoor vele armenscholen. Een Duitsch geleerde mocht daarom terecht zeggen: »Tot uitbreiding der volksbeschaving behooren ook de armen- en weeshuisscholen, in welk opzicht voornamelijk de Nederlanders, gelijk in het algemeen door liefdadigheid en gepaste verzorging der armen, uitmunten(Wij cursiveeren). Ook in Godshuizen en liefdadige inrichtingen zorgde men voor het onderwijs der daarin verpleegde kinderen. Desgelijks begonnen de diaconieën met lofïelijken ijver het schoolgaan der aan haar zorg toevertrouwde jeugd te bevorderen. In enkele steden richtten zij zelfs scholen onder haar bijzonder beheer en toezicht op, waarvan enkele thans nog bestaan. Deze weeshuis- en diaconiescholen zijn daarom zoo belangrijk, omdat zij bij alle wijziging en verandering van den geest des onderrichts, den godsdienstige», geest toch het best bewaard hebben. Uit vrije liefdegiften ontstaan en gesticht, waren zij immers niet onderworpen aan den dwang der besluiten, die op de openbare scholen van gemengde godsdienstige gezindheid werd toegepast. Zij waren daardoor steeds minder dan de algemeene armenen ^stadsscholen toegankelijk voor den vervormenden geest des tijds. I11 Ylissingen schijnt reeds in 1585 een armenschool te hebben bestaan . Verdere armen-, weeshuis- en diaconiescholen waren verbonden aan het Burgerweeshuis (1520, 15G1), het Aalmoezeniershuis (1656) te Amsterdam, het Weeshuis, weleer het St. Barbaren-Clooster te Delft, het Armen-kinder of Houwhuis te Leiden (1703), het Weeshuis te 's-Gravenhage (1725), de Diaconiescholen te Utrecht, die te

Sluiten