Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ving was — de leer van absolute souvereiniteit Gods. Daaruit toch vloeide voort, dat aan de tucht eene zeer groote waarde werd gehecht, daar zij ten doel had het kind te gewennen aan de gewillige onderwerping aan de ordonnantiën Gods, in 't bijzonder waar t l>etreft eer en liefde en trouw te bewijzen aan hen, die over ons gesteld zijn, «aangezien het Oode belieft ons door hunne hand te regeeren." (Dr. J. Woltjer, »Wat is het doel van C. N. 3.. ?")•

^De onderwijzer hield het oog op de goede zeden en manieren van het kind en zorgde voor orde en zindelijkheid, zoowel in als buiten de school. En opdat niemand der leerlingen onbekendheid zou voorgeven met hetgeen van hem geëischt werd, was aan den schoolwand een Artyckelbrief opgehangen, waarop tot in de minste bijzonderheden vermeld stond, hoe de leerlingen zich hadden te gedragen. De onderwijzer waakte alzoo tegen het vloeken en misbruiken van den naam des Heeren zijner leerlingen; dat ze zedig en bescheiden waren, geregeld huiswaarts keerden, eerbiedig waren jegens ouders,

overheden en anderen, enz.

rDaar veler salarium wat magher was," waren de onderwijzers er nog al zeer op uit, hun inkomen door bijverdiensten te vermeerderen Nu, bijwerk hadden ze in overvloed. Van den schoolmeester werd gevorderd de klok te stellen, de kerk rein te houden, de burgerij of gemeente in voorkomende gevallen van goeden raad te dienen, allerlei verzoekschriften, rekeningen en brieven te stellen, gelegenheidsverzen te maken, oude schrifturen te ontraadselen, als t voorkwam , notaris, barbier, schoenlapper, boekbinder, dokter, doodgraver, voorlezer en voorzanger iii de kerk te zijn, enz. enz. De onderwijzer, in zooveel functiën gebruikt, liep groot gevaar, indien hij niet een sterke voorliefde voor zijn eigenlijk ambt had, de orde om te keeren en wat zijn hoofdwerk moest zijn, tot bijzaak te verlagen.

Was er een onderwijzersbetrekking vacant, dan werden er sollicitanten opgeroepen. Die zich aanmeldden, moesten zich onderwerpen aan een vergelijkend examen, waarbij men dikwijls te veel gewicht hechtte aan het lezen en zingen in de kerk. Toch werden de maatschappelijke vakken niet geheel vergeten, maar vooral op goed schrijven en rekenen scherp gelet. Gewoonlijk werd zoo n examen op een plechtige wijze door den predikant ingeleid en van alle kanten daa<'(len nieuwsgierigen op, om de gaven der sollicitanten te beoordeeleii. Het examen, door den kerkeraad, bijgestaan door één of meer

Sluiten