Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tus aan een toekomstig leven, het gevolg van een deugdzaam leven op aarde (wij cursiveeren), aan een onpartijdig oordeel over allen en eene rechtmatige vergelding van alles, wat gedaan ;en gelaten werd op aarde, —dan kunnen wij gezegd worden, Christelijke deugd

in een Christelijken zin te betrachten."

»Tot zoodanige maatschappelijke en Christelijke deugd nu \m Gouvernement de jeugd, door middel van het onderwijs, opgeien

hebben in de scholen."

Meer is er o. i. niet noodig, om geest en strekking der wet op

het lao-er onderwijs van 1806 wel te verstaan.

De wet bestond uit de eigenlijke wet van slechts 21 artikelen en uit drie bijlagen: A. reglement voor het lager schoolwezen en onderwijs binnen de Bataafsche republiek; B. verordeningen op het afnemen en afleggen der examens, C. instructies voor de schoolopzieners en commissiën van onderwijs.

De onderwijzers hadden noodig eene algemeene en eene bijzondere toelating Om de eerste te verkrijgen, moesten ze een examen aflegden waarbij vier rangen onderscheiden werden, tengevolge waarvan de scholen in drie klassen (die van de hoogste, middelste en laagste klasse) werden verdeeld, zoodat de onderwijzers van den lenen-den rang naar alle scholen mochten staan, die van den 3den rang alleen naar scholen van de 2de en 3de klasse en die van den 4en rang alleen naar de scholen van de 3e klasse. Voor het verkrijgen der bijzondere toelating kon een vergelijkend examen gevorderd worden. Geen school kon opgericht worden zonder uitdrukkelijke vergunning van het provinciaal- of gemeentebestuur na voorafgaande inlichting van den schoolopziener van het district of van de plaatselijke schoolcommissie. De vakken van het ouderwijs waren niet verbindend voorgeschreven, doch geene andere leer- of leesboeken mochten in de school gebruikt worden, dan die op eene algemeene boekenlijst aangewezen waren. Behalve de Wet met hare drie bijlagen werd er nog eene Algemeene Schoolorde uitgevaardigd, volgens welke o. a. de leerlingen in eene school moesten «verdeeld worden in drie klassen, welke van elkaar afgezonderd zitten." Het toezicht was opgedragen aan schoolopzieners" die in elke provincie eene vaste commissie vormden, en in de gemeenten aan plaatselijke schoolcommissie!!. In de provinciale commissiën had een lid van de Oxedeputeenle Staten zitting. Door de provinciale besturen moest gezorgd worden voor voldoend onder-

G. O.

Sluiten