Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderwijs niet waren ingenomen. Indien men het verkoos, kon men zelfs met de wet in de hand het oprichten van bijzondere scholen geheel verbieden en gewoonlijk geschiedde dat dan ook, als men bespeurde, dat de oprichters gedreven werden door consciëntiebezw aren tegen de openbare school. En dat huldigen der openbare school als de alleenheersc/iende heeft de jammerlpste gevolgen na zich gesleept. Veroorzaakte het in den beginne reeds spanning, langzamerhand ontstond er die worsteling tusschen het Christelijk bijzonder en het openbaar onderwijs, die meer dan negentig jaren geduurd heeft, ja, waarvan het einde nog niet is te voorzien.

De nieuwe schoolwet eischte van de school «opleiding tot alle maatschappelijke en Christelijke deugden, met uitdrukkelijk verbod evenwel aan den onderwijzer, om eenig onderricht te geven in iet leerstellige der verschillende genootschappen." Toch betoonde de Staat zich aanvankelijk niet onverschillig, of de kinderen ook onderwezen werden in de positieve leerbegrippen. De Secretaris van Staat , Hendrik van Stralen, richtte zelfs eene circulaire aan de synoden der verschillende kerkgenootschappen met het vriendelijk verzoek, »ot de kerkgenootschappen het onderwijs in hunne godsdienstige leerbegrippen geheel voor hunne rekening willen nemen en te\ens willen -ori/en. dat het aan geene gelegenheid ontbreke, om door geregelde en welingerichte catechisatie's als anderszins daarin onderwijs te ontvangen." Ja, bij een volgend Besluit van 25 Sept. IB06 vermaande de Minister van Binnenlandsche Zaken schoolopzieners en plaatselijke eommissiën, om de predikanten der Herv. Kerk «bevorderlijk te zijn in hetgeen aan dezelven ten aanzien van het leerstellig godsdienstig onderwijs der jeugd van Gouvernementswege bijzonderlijk werd toevertrouwd." Al keuren wij deze bekommering der hooge regeering met af, toch moet ze ons vreemd voorkomen bij een Staat, die van de

Kerk gescheiden heette te zijn.

De Roomsch-Katholieken waren aanvankelijk met de wet ingenomen. Bij de afkondiging der scheiding van Kerk en Staat in 1795 had hun Kerk gelijkheid van rechten voor de wet met de andere kerkgenootschappen verkregen. Bij de nu plaats gehad he eni e scheiding der school van de Kerk geloofden zij ook \ eel gewonnen te hebben. De openbare school immers had nu haar nitsluiteud Gereformeerd karakter verloren; onderwijs in den Catechismus en ander (Jereformeerd onderwijs mocht er niet meer in gegeven worden. » en

Sluiten