Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlaten te hebben, kwam hij bij het timmeren. Zijne leerlust dreef hem echter al spoedig, zich voor onderwijzer te bekwamen. Inkorten tijd had hij de noodige akte verkregen en werd hij aangesteld als onderwijzer aan de stadsschool te Schiedam. Onder leiding van zijn patroon, den bekwamen G. Yerboon, bestudeerde hij de wis-, natu uren aardrijkskundige vakken, terwijl de schoolopziener W. Goede, Remonstrantsch predikant te Rotterdam, hem, evenals andere onderwijzers, des Zaterdagsavonds behulpzaam was in de beoefening der Ned. Taal. In 1798 had hij de akte als schoolhouder verkregen en nu opende hij te Schiedam een onderwijsinrichting, die al spoedig het aantal leerlingen niet kon bevatten. In 1801 werd hij benoemd tot hoofdonderwijzer aan de departementsschool te Haarlem. De opleiding van kweekelingen werd nu ook aan zijne zorgen toevertrouwd. Hij begon met onderwijs te geven aan 42 leerlingen en 8 kweekelingen." Hoor zijne leesleerwijze oogstte hij allen roem in. In 1810 was hij behulpzaam bij het samenstellen der Algemeens BoekenlijstOp voordracht van de commissie van onderwijs in Amstelland verkreeg tij in 1810 den eersten onderwijzersrang honoris causa, terwijl in 1814 Z. M. Willem I hem vereerde met een fraai gebonden present-exemplaar van Weiland's Nederl. Taalk. Woordenboek. In 1816 werd hij benoemd tot directeur en onderwijzer der Rijkskweekschool te Haarlem, in welke betrekking hij met het meeste succes werkzaam was. I)e kweekschool werd opgericht bij Kon. Besluit van 31 Hei 1816. Tegelijkertijd werd ook voor de Zuidelijke Nederlanden eene kweekschool geopend onder leiding van B. Schröder. Onder de medewerkers van den verdienstelijken Directeur hebben zich vooral onderscheiden M. v. Dapperen, voormalig kweekeling van Pestalozzi, bekend door zijne vormleer en zangleerwijze; en inzonderheid ook de achtenswaardige Polman. Deze was inzonderheid met de godsdienstige en zedelijke opvoeding der kweekelingen belast. Het onderwijs in den „odsdienst was op tamelijk breeden grondslag ingericht. Het bestond allereerst in een uitvoerig onderricht in de Bijbelsche geschiedenissen, in de Christelijke zedenleer, alsmede »in het recht verstand des Bijbels." Velen achtten Polman's dood voor de kweekschool een onherstelbaar verlies; niemand beter dan hij begreep, dat ook bij het opleiden van kweekelingen opvoeding en onderwijs onafscheidelijk verbonden zijn. De inrichting van de kweekschool berustte op het externaat, zoodat de kweekelingen bij particulieren gehuisvest waren. Dit eischte van

Sluiten