Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gelijkstelling der gezindheden, die een gevolg was van de nieuwere staatsregelingen, de Roomsche Kerk vooral na den val van Napoleon, in het bewustzijn harer meerdere vrijheid, weldra al hare pogingen zoude aanwenden, om zich schadeloos te stellen voor de achterstelling in vroegere eeuwen, en er zich dus op den duur niet in zou kunnen vinden, vrede te hebben met eenen algemeenen schoolgodsdienst, in welken uit den aard der zaak nog altijd iets van den Protestantschen geest was overgebleven. "Voeg daarbij dat onder de Protestanten zelve het geloovige deel nog altijd eene richting vertegenwoordigde, die op het gebied der beginselen lijnrecht stond tegenover den overheerschenden tijdgeest, en het zal te meer duidelijk worden, hoe datgene, wat in kortzichtige welgemeendheid werd aangevoerd om de kinderen onzes volks in de niet gesplitste volksschool vereenigd te houden, juist oorzaak werd van verwijdering en feilen kamp."

Na de afwerping van het Fransche juk werd de wet van 1800 bij Besluit van 4 I)ec. 1813 bekrachtigd. De Prins van Oranje, later als Koning Willem I gehuldigd, volgde dit voorbeeld bij Besluit van 20 Maart 1814. In 1815 werd ons land met België vereenigd, om tot een voormuur tegen Frankrijk te dienen en de wet \an 1806 werd ook voor België geldig verklaard. Dit was eene fout, want de hooge geestelijkheid aldaar toonde zich reeds dadelijk gekrenkt, dat zij niet gekend was bij de invoering van eene van een Protestantsche natie afkomstige wet, welke haar zoo goed als allen invloed op de scholen ontroofde. Bovendien oordeelde zij, dat de wet de geestelijke belangen van het aan hare zorgen toevertrouwde volk benadeelde, reden? waarom zij onder de leuze van «vrijheid van onderwijs" de nieuwe schoolwetgeving heftig bestreed.

De regeering had de Roomsche geestelijkheid met zich kunnen verzoenen , had zij de oprichting van bijzondere scholen maar toegestaan. Doch daartoe kon zij niet besluiten. Bovendien meende zij uit hetgeen in Frankrijk voorviel te moeten opmaken, dat zij haar stelsel van onderwijs zoo consequent mogelijk moest toepassen. In dat land toch had Koning Karei X in 1824 de zijde der priesterpartij gekozen en nu vreesde onze regeering, dat de iransche geestelijkheid de Belgische tot verzet aanspoorde. Hiervan was wel iets aan. Immers een aantal Fransche Jezuïeten en Frères Ignorants drongen België binnen en richtte overal Ultramontaansche scholen op, terwijl

Sluiten