Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de Belgische geestelijkheid met Ultramontaansche leesgezelschappen en verenigingen de Soriètè CathoUque stichtte, welke een der regeerine vijandig doel beoogde. De regeering besloot daarom krachtig door te tasten en verwijderde alle vreemdelingen, die zich inet liet schoolwezen ingelaten hadden. De kleine bisschoppelijke seminanen werden opgeheven en te Leuven het Collegium Plnlosophicum opgericht terwijl er bepaald werd, dat niemand tot de hoogere inrichtingen van onderwijs kon worden toegelaten dan die gedurende minstens twee jaren de lessen van genoemd Collegium had gevolgd. »Vruchtelooze tusschenkomst van Bisschoppen en 1 aus. Strenge tenuitvoerlegging: vreemde geestelijken, die zich boven anderen in de volksopvoeding verdienstelijk schenen te hebben gemaakt, met gendarmes over de grenzen gezet; vele particuliere inrichtingen opgeheven, welker geest en strekking te Roomsch-Katholiek was. Oprichting, door den ijver der Liberalen en Philantropen, van Associat.en en Comité's, van scholen met wederkeerig en gehjkt.jd'gonderncht, door het mildelijk vloeien van subsidiéu uit de schatkist bevorderd (Handb. der Gesrh. v. k. Vad. door Mr. Gr v. Pnnsterer blz. 8.12). Toegeven wilde de regeering dus niet. »Vastkleving, ondanks schadelijke gevolgen, aan het noodlottig stelsel van onder injs, zoodat men niet slechts de vereeniging van allen op de volksschool in stand houdt en daardoor voor elke Gezindheid de opleiding, die zij voor onmisbaar beschouwt, onmogelijk maakt, maar bovendien een stelsel van algemeenen godsdienst (voor de geloov.gen in iedere Kerk aanstootclijk) voorschrijft en aan de oprichting van blondere scholen ter voorziening in het godsdienstig bezwaar, bijkans onoverkomelijke hinderpalen in den weg legt. Op grond b.v. dat er scholen genoeg zijn (alsof het om het getal en niet om de hoedanigheid te doen was); en dat het onderwijs Christelijk genoeg is; (alsof dit beweren egen den cisch der Kerk kon opwegen, en alsof niet, met de willekeurige bepaling van dit genoegzame, elk denkbeeld van gewetensvrijheid verviel); dat men aldus tegen den voortgang der Kooinsche Kerk zich in veiligheid stelt, alsof er aan dien voortgang iets meer 1*vorderlijk kou zijn, dan eene volksopvoeding, waaruit, ten beheve der Roomschgezinden, de historie des lands verwrongen en de Bijbel terzijde gesteld wordt." (Idem, blz. 871 en 8*2.)

Doch ook in de N. Nederlanden bleef het schoolbestuur niet onaangevochten. Van geloovige zijde begon men in te zien, dat men

Sluiten