is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XVII.

Het oordeel van vreemdelingen over ons schoolwezen en Groen's bezwaren er tegen.

Na 1830 werd liet gebruik van den Bijbel in de school meer en meer bemoeilijkt. De regeering had door de gebeurtenissen van 1830 en 1831 niets aangeleerd of afgeleerd: het gemengde schoolstelsel bleef zij handhaven, waardoor zij er steeds op uit was, elke aanroering van leerstelsels in de school te voorkomen. En hiertoe was zij wel gedrongen. Immers, de Roomsche Kerk, die men in 1806 den ondergang nabij waande, begon weer teekenen van verjongd leven te geven en streefde er met kracht naar, vooral wat de school betreft, om in het volle genot te geraken van de gelijkstelling, haar in 1795 verleend. De weerzin der Roomsch-Katholieken begon steeds sterker te worden tegen het weinige, dat nog van het Bijbelsch onderwijs in de scholen was overgebleven. In enkele scholen weigerden zelfs hunne kinderen te lezen in boeken over Bijbelsche geschiedenis. En de zucht, om hun te believen moest noodzakelijk de krenking ten gevolge hebben van wat den geloovigen Protestanten bovenal dierbaar was: de opvoeding hunner kinderen overeenkomstig Gods Woord. Wat de wet van 1806 nog positief geloovigs bevatte, werd hoe langer zoo meer op zij gezet, zoodat het onderwijs niet meer was, zooals in de verklarende en aanvullende stukken van die wet gezegd werd. »gegrond op de hoofdwaarheden des Christendoms."

Den 1 Jan. 1833 werdt het ambt van Hoofd-inspecteur van het lager en middelbaar onderwijs opgeheven en Van den Ende, die het had bekleed, kreeg zijn ontslag, zonder er om verzocht te hebben. Te zijner vervanging werd Mr. H. Wijnbeek met het opzicht over het lager en middelbaar onderwijs belast.

Ondertusschen achtten hooggeplaatste vreemdelingen het der moeite waard, ons schoolwezen nauwkeurig te bestudeeren. Wij noemen hier den Beierseheu professor Tliiersch, den Franscheu pair \ ictor Cousin, het Spaansche Cortes-lid Raman de la Sagra en den Ierschen geestelijke Th. O. Malley. Thiersch, die, evenals Yictor Cousin in 1835 ons land bezocht, vond het vreemd, dat de Bijbel op school zoo weinig gebruikt werd en dat men het positief Christelijke door het algemeen zedelijke verving. Naar zijne overtuiging zouden hiervan