Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

-zegd werd: ><Het openbaar onderwijs is een aanhoudend voorwerp van de zorg der Regeering

Ontegenzeggelijk had Rome op nieuw eene overwinning behaald op het Protestantisme door het Besluit, dal niet alleen Bijbel en Bijbelleer geheel uit de scholen weerde, maar ook ten gevalle van Rome den onderwijzer verbood, de dierbaarste herinneringen uit de geschiedenis, den Nederlander zoo waard, ook maar eenigszins aan te roeren.

De geest van accomodatie, die door het Kon. Besluit de overhand had verkregen, kon niet anders, dan voor volk en volksbestaan de wrangste vruchten dragen. Het Besluit werd evenwel volijverig uitgevoerd , zoodat zelfs een Gouverneur eener provincie eene circulaire rondzond, waarbij deze hooge staatsambtenaar het gebruik van den Bijbel ook op die scholen verbood, waar enkel Protestantsche kinderen onderwezen werden en waar dus door het Bijbelsch onderricht niet gezondigd werd tegen de bepaling van het Besluit, dat het ten strengste verboden was eenige uitlegging te geven of uitdrukking te bezigen, waardoor aanstoot zou kunnen gegeven worden.

Reeds spoedig na het totstandkomen van de wet van 1806 begon er ouder de onderwijzers een streven te ontstaau, oin door middel van Gezelschappen elkander te steunen en voor te lichten. Bij Kon. Besluit van 26 Febr. 1820 toonde de regeering hare ingenomenheid met dit streven en werd bepaald, »dat die Gezelschappen behooren ten doel te hebben, derzelver leden bekend te maken, zoo met de verschillende gepaste leerwijzen, voor de onderscheidene deelen van het L. Onderwijs uitgedacht, als met de boeken en hulpmiddelen, tot elk derzelve behoorende, en voorts om de leden voor te lichten aangaande derzelver gebruik en practikale aanwending." Voorts wees het Gouvernement na 1820 jaarlijks eene bepaalde som aan ter tegemoetkoming in de onkosten dezer gezelschappen en tot het geven van boekgeschenken aan die leden en Bestuurders, welke den meesten ijver en toewijding aan den dag legden. In 1838 richtten de ouderwijzers in het 8'' District van Z.-Holland onder hunnen voorzitter Delprat eene Verttniging op, die sedert 1840 een tijdschrift over opvoeding en onderwijs uitgaf onder den titel de Unie. Ofschoon er allerwegen zulke onderwijzersgezelschappen verrezen, was er toch geen band tnsschen de onderwijzers van het geheele land. Vooral in de jaren 1830—1840 werd de behoefte daaraan levendig. Ondersteund

Sluiten