Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Oudheid mag worden overgenomen: »Wij, de dienstknechten Gods zullen ons opmaken en bouwen, God van den hemel, die zal hétons doen gelukken." — Wel was er geloof noodig voor het doel, welks bereiking de Kerkeraad zich voorstelde en voor het middel, dat lig daarvoor noodig achtte: »Het Fonds, dat wij tot ons doel wensehen daar te stellen, zoeken wij te verzamelen, door eene inschrijving onder u te openen, bestaande uit 1300 aandeelen, ieder groot 100 gld. Voor minder bedrag dan voor éen aandeel zal inen niet mogen teekenen; de hoeveelheid is overigens aan den wil des schrijvers verbleven. Men zal voor de gelden inschrijven, om ze uit tereiken als vrije gift; of, zoo men dit niet geheel of ook gedeeltelijk niet verkiezen zal, kan men ze afstaan als renteloos voorschot. De storting der gelden zal in elk geval in eens of in vier driemaandelijksche termijnen naar welgevallen geschieden. Op de voordeeligste renten zal de dus bijeengebrachte som door ons worden uitgezet, na aftrek van de gelden, die voor de daarstelling zullen noodig zijn. Deze renten zullen toereiken, om de uitgaven ieder jaar, gelijk zij door ons berekend zijn, te vinden en f 1000 af te zonderen tot eene jaarlijksche aflossing van 10 aandeelen, in mindering van de som, die ons in voorschot zal gegeven zijn."

Het ware te wenschen geweest, dat al de gemeenten in de Xed. Herv. Kerk zooveel belangstelling in het onderwijs en de opvoeding in de vreeze des Heeren hadden betoond als die van 's-Gravenhage. De besturen toch dier Kerk hadden tot dusver geen enkelen maatregel genomen, om de ontchristelijking van het lager onderwijs tegen te gaan. Zij hadden de rechten op het onderwijs laten varen en de gedachte, om scholen vanwege de Kerk op te richten of om 'tnoodzakelijke daarvan aan de gemeente te doen gevoelen, kwam zoo goed als niet bij hen op. Alles wat ten opzichte van het onderwijs tot hunne verplichtingen behoorde, hadden zij aan den Staat of aan de Maatsch. t. Nut v. 't Algemeen stilzwijgend opgedragen. Daarom was het voorzeker geen overtollig werk van »zeven Haagsche heeren" (spottenderwijze, maar toch naar eene waarheid, die niet beseft werd, y>de zeven Haagsche wijzen" genoemd), nl. D. v. Hogendorp, M. B. H. W. Gevers, A. Capadose, G. Groen van Prinsterer, P. J. Elout, J. A. Singendonck en C. M. v. d. Kemp, dat dezen den 31 Januari 1843 een Adres vaan de Algemeene Synode der Xed. Herv. Kerk, over het gezag der fonnulieren, de academische opleiding derpredi-

Sluiten