Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gehoor gevende aan dezen wensch des Konings. vaardigde de Synode den 17 Juli 184:5 eenige verordeningen uit. waarbij o. a. bepaald werd :

»1' . Dat de Kerkeradeu verplicht waren ooi boven en behalve hetgeen , volgens de bestaande kerkelijke reglementen, door middel der gewone cateehisatiën geschiedt, te zorgen voor de opleiding der Hervormde schooljeugd;

>>2''. Dat daartoe de bepaling worde gemaakt, dat de schoolkinderen der Hervormden in den loop van elke week bij herhaling godsdienstig onderwijs naar derzei ver ontluikende vatbaarheid, hetzij in het schoollokaal, hetzij elders gegeven wordt."

Ongelukkig evenwel werden deze bepalingen zoo goed als niet in practijk gebracht. Sommige Kerkeraden veinsden onbekendheid met de Handelinqtn der Synode; andere gaven voor, dat zij de bedoeling van de verordeningen niet begrepen, terwijl weer andere slechts het catechetisch ouderwijs vermeerderden en uitbreidden en niet dachten aan een godsdienstig onderwijs, buiten en benevens de cateehisatiën gegeven, zooals de Synode het wilde, maar niet heel duidelijk had te kennen gegeven.

Bij het zien van de weinige vruchten der Synodale bemoeiingen was het geen wonder, dat de zeven Adressanten zich rechtstreeks tot de gemeenten zelve wendden in een Adres aan de Hervormde Gemeente in Nederland, waarin gezegd werd: »En het Besluit van 2 Jan. 1842, dit heeft zich, op het verzoek der Roomschen, hoort het Nederlandsche Gereformeerden! op het rechtmatig verzoek der Roomschen bijkans alleen, tegen die anti-Christelijke richting gekant; maar hoe! door in den grond al wat godsdienstig is uit de volksschool te bannen; zoodat het, om voor schadelijke spijs te behoeden, het meest onontbeerlijk voedsel onthoudt. Het geeft, zegt men. meerdere vrijheid? Vrijheid, o ja! aan Stedelijke of Provinciale Besturen om te verleenen of te ontzeggen, wat tot grondwettige en onvoorwaardelijke rechten behoort." En verder: »Nog een geruiinen tijd wellicht zal het geld, dat ook door ons, Hervormde Christenen,opgebracht wordt, aan scholen, die wij. naar het geloof onzer Kerk, voor volkszeden en volksgeluk verderfelijk achten, dikwerf met tegenwerking van hetgeen men in anderen zin beproeft, worden verspild; doch, is verbetering ook teu deze niet aan de orde van den dag, laten wij te meer ijveren om inmiddels te verrichten, wat nog uit-

Sluiten