Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eene geheel nieuwe ontwikkeling. Om kweekelingen te verkrijgen had men zich intusschen voor de noodzakelijkheid geplaatst gezien, zé kosteloos opleiding, kost en inwoning te verschaffen. Doch daartoe was veel geld noodig. Men zond, om dat te verkrijgen, circulaires 'rond, doch deze kwamen slechts in kleinen getale ingevuld terug. De zaak werd daarna besproken op de vergadering van ChrixfeUjke vrienden (waarvan later meer) te Amsterdam. Hier vond de Normaalschool de levendigste sympathie, die zich vooral toonde in het schenken van flinke bijdragen, zoodat in Juni 1849 de benoodigde som, ongeveer 3000 gld„ bijeen was. In de dagbladen werd nu eene oproeping van sollicitanten naar eene kostelooze plaatsing als kweekeling gedaan. Het vrij groot aantal, dat zich aanmeldde, werd aan een vergelijkend examen onderworpen en de zes geschiktsten als kweekeling aangenomen. Had men dus geene jongelingenuit den meer deftigen stand knnnen verkrijgen (alleen Ds. Heldring had zijn zoon ter opleiding gezonden), men zou het thans beproeven met kweekelingen uit de minder gegoede volksklassen en het bleek later, dat daarop milde zegen rustte. Ieder jaar werd de opleidingsschool bezocht door eenige heeren, die een geheelen dag op de school waren en van hun bevinden openlijk verslag deden in de Vereeniging: Christelijke Stemmen. Daar de verslaggevers steeds o-nnstige berichten konden geven, hield dit bezoek na eenige jaren op. ° Ten huize van den heer Gregory Pierson, een bekwaam en nederig Amsterdamsch koopman, die, evenals zijn vriend en zwager Mr. de Marez Oyens een onbepaald vertrouwen genoot in Christelijke krmo-en, kwamen in 1845 eenige voorname Christelijke mannen bijeen, om' te raadslagen over hetgeen gedaan moest worden in het belang van het Koninkrijk «ods in ons vaderland. Het waren bij uitnemendheid vertegenwoordigers van het Reveil, die zich kenmerkten door degelijkheid, ernst, vastheid van beginsel, onbevangenheid van oordeel en' ruimte van hart. Zij waren te zamen gekomen op de roepstem van Ds. O. G. Heldring, sedert 1827 predikant te Hemmen op de Betuwe, die evenals Groen en anderen, behoefte gevoelde aan broederlijke gemeenschap. Toen ze den 26 Ang. 1845 voor den eersten keer bijeenkwamen, had niemand eenig plan omtrent liet doel der vergadering; er bestond noch program, noch formuleenug van gemeenschappelijken grondslag of geloofsovertuiging. Op die vergadering werd besloten, dat men voortaan geregeld twee keer

Sluiten