Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Het geven van onderwijs is vrij. behoudens liet toezicht der Overheid, en bovendien, voor zoover hel middelbaar en lager onderwijs betreft, behoudens het onderzoek naar de bekwaamheid en de zedelijkheid der onderwijzers; het een en ander door de wet teregelen".

Naar waarheid schreef prof. v. Swinderen: »Het publiek onderwijs zal volgens de grondwet door de wet worden geregeld, met eerbiediging van ieders godsdienstige beginselen, — en dan blijft dus hier niets over dan een bloot wetenschappelijk onderwijs zonder vorming, zonder eenige opleiding tot maatschappelijke en Christelijke deugden; want tegen dit laatste zouden de Joden zich verzetten, en in de Staatsscholen zal dus misschien nog de naam van God, maar zeker niet die van Christus mogen genoemd worden, om de Joden niet te ergeren Hetgeen in de schoolwetten van alle andere landen (zelfs

in de Fransche wetten) als het eerste vak van onderwijs genoemd wordt, het ondeitcijs m den godsdienst, dat zal in de Nederlandscht* staatsschool verboden zijn. Maar welk Nederlandsch Christen zal nu zijne kinderen naar zulke scholen zenden ? ... Gebeden zal er dus in de scholen niet meer mogen worden, want werd er gebeden, zonder dat er vooraf een kruis gemaakt was, dan ergerden zich de Roomschen. — en werd er voor en na ieder gebed een kruis gemaakt, dan ergerden zich de Protestanten". —

H O O F D S T U K X X V.

Vrijheid toegestaan en niet gegeven. — Oprichting van scholen. — Sneek, Goes, Uithuizen.

Vrijheid van onderwijs was dus toegestaan. Men verheugde zich daarover. Slechts weinigen doorzagen de dubbelzinnige strekking der alinea: »Er wordt overal in het rijk voldoend openbaar onderwijs gegeven" en begrepen, dat deze zinsnee en de volgende: «Het openbaar onderwijs is een voorwerp van de aanhoudende zorg der regeering" er geheel op aangelegd waren, om de ontplooiing der toegestane vrijheid te belemmeren. Op de meest stellige wijze ging de regeering door met de pogingen, hier en daar aangewend, om Christelijke scholen op te richten, tegen te werken. «Nooit," schrijft Gr. van Prinsterer in zijne Adviezen (Peel II blz. 2) »is er van de zijde

Sluiten