Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HOOFDSTUK XXVII.

Oprichting der „Ver. v. Chr. Onderwijzers in Nederland". — Laatste vergadering der „Christelijke vrienden". — Thorbecke's val.

Reeds in 1852 was de oprichting eener Christelijke ondenvijzersvereeniging ter sprake gebracht en wel in de vergadering der Christelijke Vrienden te Amsterdam door Bichon van IJsselmonde. Ook Oroen van Prinsterer had reeds »de wenschelijkheid doen uitkomen van meerdere kennismaking en onderling overleg tusschen de positief Christelijke onderwijzers." Xog twee jaren gingen echter voorbij, voor iets dergelijks tot stand kwam. In April 1854 werd uit de Christelijke Vrienden eene commissie voor een algemeen schoolfonds gekozen, welke het voorstel deed , een Christelijk onderwijzers-genootschap op te richten. Den 13n Mei '54 vestigde de onderwijzer H. J. Lemkes de aandacht zijner collega's op dit onderwerp. Samenwerking van de commissie met de onderwijzers kwam evenwel niet tot stand. Wel wendden de heeren A. Meijer en H. J. Lemkes pogingen aan, om eene samenspreking met twee dier commissieleden te verkrijgen, doch de commissie meende, »dat de overgang uit eenen meer afhankelijken tot eenen geheel zelfstandigen toestand voor de onderwijzers te plotseling zou wezen en zij den raad en steun van anderen nog niet zouden kunnen ontberen."

De onderwijzers begrepen thans wel, dat zij zeiven en alleen moesten beginnen. Toch echter niet geheel alleen, want de heer J. Voorhoeve H.Cz. schonk hun voor hun doel 200 gld. In September 1854 riepen A. Meijer en H. J. Lemkes in de Nederlander hunne collega's, «die op openbare of bijzondere scholen der 1" of der 2l' klasse positief onderwijs geven", op tot eene samenkomst op Zaterdag den 14 October 1854 te 10 ure in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen op de Mariaplaats te Utrecht. Bovendien werd aan 76 onderwijzers eene circulaire gezonden. Hiervan betuigden 49 hunne sympathie en van dezen kwamen er te bestemder tijd en plaats 25 bijeen. Deze eerste vergadering werd met gebed en het voorlezen van Luk. XVIII: 1—17 geopend. De heer A. Meijer werd tot voorzitter gekozen. De oprichting van eene Vereeniging van Chr. Onderwijzers en Onderwijzeressen in Nederland was thans een feit geworden. In art. 2 der Statuten van de nieuwe vereeniging wordt gezegd: »Haar grondslag

Sluiten