Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is Gods Woord. Zij gelooft, dat de H. Schrift ook iu de opvoeding moet zijn de eenige, genoegzame en onfeilbare regel van al haar doen en laten, dewijl al de elementen eener waarachtige opvoeding iu haar nedergelegd zijn." — Art. 3. «Hare grondbeginselen zijn : a. Onderwijs en opvoeding zijn onafscheidbaar, b. Voor Christenkinderen moet de opvoeding Christelijk zijn. r. Een Christelijke opvoeding is ondenkbaar zonder het onbelemmerd gebruik van Gods Woord. d. Yoor Nederlandsche kinderen moet de opvoeding nationaal zijn. e. Een nationale opvoeding is onmogelijk, waaneer de geschiedenis des vaderlands van haar Protestantsch karakter wordt ontdaan." — Art. 4. »Haar doel is de bevordering van eene in waarheid Christelijke en Nationale opvoeding in en door de school." — Art. 5. »De middelen, waardoor de vereeniging haar doel tracht te bereiken, zijn: a. bevordering van broederlijk verkeer tusschen de Chr. onderwijzers door het houden van vergaderingen en schoolbezoek, b. Behartiging der belangen van Chr. onderwijzers en, zoo noodig, van hunne nagelaten betrekkingen, in alle mogelijke omstandigheden, door elk middel, dat door de Vereeniging voegzaam zal geoordeeld worden. t. Wisseling van gedachten over de opvoeding in het algemeen en over hare verschillende deelen in het bijzonder, d. Verbreiding van Christelijke denkbeelden, door de uitgave van opvoedingsgeschriften en de vorming van onderwijzers te bevorderen, e. Bevordering eeuer Christelijke en Nationale opvoeding door het ondersteunen, waar zulks oorbaar is, van Christelijke scholen zoowel als van de pogingen dergenen, die haar getal zoeken te vermeerderen".

Den 25n Oct. 1854 hielden de Christelijke Vrienden hunne ->0'" en laatste vergadering. Meer dan 2<)0 broeders waren tegenwoordig, thans in het gebouw van de Vereeniging ter verbreiding <ler Waarheid in de Elandstraat te Amsterdam. I)e stellingen, waarmede I)s. Heldring en Dr. Chantepie de la Saussaye het debat inleidden, werden door Ds. de Liefde op zulk een puntige en scherpe wijze door contra-stellingen beantwoord, dat er in deze vreedzame vergadering een buitengewoon groote opschudding ontstond en de heer Groen van Prinsterer, als voorzitter, er zijne afkeuring over meende te moeten uitspreken. Zonder het te willen of te weten, hadden Dr. Ch. de la Saussaye en Ds. de Liefde voor de vergaderingen der Christelijke Vrienden een graf gedolven.

Iu de namiddagvergadering op dienzelfden dag werd de school-

Sluiten