Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

strijd besproken. Mr. .T. J. L. v. d. Bmgghen lichtte ui. eenige stellingen toe over de noodzakelijkheid van vrijheid voor elke overtuiging, ook op het terrein der school. Deze vrijheid bestond oj> het papier. Door allerlei verordeningen werd ze verhinderd. Een der stellingen van V. d. Brugghen was daarom:

»Eene vrijheid op het papier is daarom nog geen genot der vrijheid in het leven. Daarom hebben wij behoefte aan eene reëele, niet enkel geschreven vrijheid van onderwijs en onze billijke wenschen strekken zich niet zoozeer uaar hare volheid, als naar hare waarheid uit."

Van der Bmgghen gaf hier zijn standpunt aan omtrent de schoolkwestie en het is goed, dat wij voor hetgeen volgen zal hierop de aandacht vestigen.

Nagenoeg eenparig konden al de op de vergadering aanwezigen zich met de volgende stellingen vereenigen:

»Vrijheid van hijzonder onderwijs volgens de grondwet, met dien verstande, dat er niet later door reglementen, zelfs tegen de bedoeling van de regeering, mogelijkheid ontsta, om zijdelings het gebruik te belemmeren, zoo al niet te beletten, van de vrijheid, die rechtstreeks verleend werd.

vin dm regel afzonderlijke scholen voor Israëlieten, RoomschKatholieken en Protestanten.

»Voor de gemengde school behoud van het Christelijk beginsel, althans geen bevel, waardoor de godsdienst bij maati-egel van politie geweerd wordt.

»Een Christelijke natie heeft op de bruikbaarheid der openbare school voor Christelijke volksopvoeding recht."

De samenkomst werd door Ds. Hasebroek met gebed gesloten, waarna de broeders uiteen gingen, om als «Christelijke Vrienden" nimmer weer samen te komen.

De overtuiging der regeering was het, dat de gemeentebesturen en Gedeputeerde Staten niet door haar gedwongen konden worden t 7.00 ze onwillig waren, om autorisatie tot het oprichten van bijzondere scholen te verleenen. Om nu de eindelooze plagerijen dezer plaatselijke en provinciale autoriteiten den pas af te snijden, zond Gr. v. Prinsterer den 13» Mei 1854 het volgende voorstel van wet in: »Wij Willem III, enz.

, »Art. 1. Omtrent de aanvrage tot oprichting eener lagere school

Sluiten