Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

krachtige taal dankbaar door ons herdacht wordt, ontfermt u ook over de Gemeente. Bedenkt dat nu vooral, waar alle andere richtingen eendrachtig tegen de Christelijke Volksschool, wier onmisbaarheid door u betoogd werd, gekeerd zijn, de grootste voorrechten, de dierbaarste panden eener Christelijke natie op het spel staan." (Narede op vijfjarigen strijd). Toen dan ook den 16 Febr. 1856 de Tweede Kanier wederom bijeenkwam, was de indiening bij deze van een adres, geteekend door acht predikanten, »als herders en leeraars der Gemeente" (nl. O. G. Heldring, L. J. van Rhijn, F. G. van den Ham, L. Merens, J. H. Büsken, J. J. üoedes, I). Chantepie de la Saussaye en J. J. van Toorenenbergen) voor hem een verblijdend verschijnsel. In dat adres werd als regel gevraagd afzonderlijke scholen voor Roomsehen, Israëlieten en Protestanten. Voorgesteld werd, het adres van Ds. Heldring c. s. neder te leggen ter Griffie. Groen drong er op aan, dat het verzonden werd aan de ministers van Binnenlandsche Zaken en van de Eerediensten. Zijne poging daartoe mocht echter niet baten; evenmin die van Elout van Soeterwoude, den 13Maart daaropvolgende, in 't werk gesteld. De Kamer wilde dus van het adres geen notitie nemen en bezorgde het daarom ter Griffie een «eerlijke begrafenis."

Schier gelijktijdig met het adres der predikanten, kwam het adres bij de Kamer in van den heer Van Beeck Calkoen c. s., waarin tegen de godsdienstlooze school en het stelsel der wet, sop esn dor wijsgeerig Deïsme, op eene koude van God verwijderde zedekunde gebouwd," geprotesteerd werd. Zelfs de Groote Proiestantsche jiarftj verklaarde zich tegen het ontwerp. Ia het begin van Febr. had de Vereeniging Konintj en Vaderland te 's-Gravenhage eene circulaire verzonden, waarin zij in krachtige bewoordingen tot petitionneering opwekte. Het vermoeden was evenwel gewettigd, dat deze partij in haar plotseling opgekomen ijver meer gedreven werd door het verlangen, om zich van het bewind meester te maken, dan door wezenlijken afkeer van 't geen men op schoolgebied wilde tot stand brengen. Ook Ds. van Koetsveld verklaarde zich in een merkwaardig en indrukwekkend adres tegen het ontwerp. Inderdaad, iedereen moest erkennen, dat de menigvuldigheid der verzoekschriften tegen de voorgestelde wet opmerking verdiende. Weken achtereen regende het a. h. w. adressen. Xa het reces, op 8 April, kwamen er nog 95 in,, waarvan één uit Leeuwarden met 3784 naamteekeningen. — Den

Sluiten