Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dau wel ia minder eerbiedwaardige redenen haren grond had."

V. d. Brngghen zou aan geen dezer verwachtingen voldoen. Iu de sluitingsrede van 5 Juli las hij: »De Koning, getroffen door de gemoedsbezwaren van velen zijner onderdanen tegen het ontwerp, verlangt, dat een middel worde gezocht, om deze gewichtige zaak in dier voege te regelen, dat niemands geweten worde gekwetst, zonder af te wijken van het beginsel der gemengde school, waaraan sedert 1806 de natie gehecht is."

Het Kabinet wilde dus de gemengde school. Geen wonder dat alle partijen zich over deze niet verwachte verklaring verbaasden.

Zooals wij zagen, had V. d. Brugghen in de Kamer verklaard: »Men ziet, dat de reden van de aftreding van het eene en de vorming van het andere Kabinet geheel gelegen is in de kwestie van het onderwijs en iu deu wensch, door Z. M. te kennen gegeven, om aan de gemoedsbezwaren van velen tegemoet te komen." Doch den 22 Xov. zei hij terzelfder plaatse: »De kwestie van het onderwijs is niet geweest de eenige oorzaak van het optreden van dit ministerie. Ook is dat optreden niet geweest de wensch, om te voldoen aan al de eisclien, of de wenschen, of de voorstellen, of de droombeelden, of hoe men 'took noemen moge, die neergelegd zijn iualle petitiën, die bij honderden bij deze Kamer zijn ingediend." Terecht merkte Thorbecke hierbij op, dat de minister van Justitie betreffende den oorsprong van het Kabinet nu met zijn eigen verklaring van 24 Sept. omtrent het onderwijs als eenige reden in tegenspraak was. Op dien 24 Sept. had V. d. Brugghen tevens verklaard, dat hij verzekerd was van de mogelijkheid, om aan de bezwaren van de petitionnarissen tegemoet te komen en toch had hij niet alleen, gelijk wij reeds opmerkten, den 5 Juli gezegd, dat het Kabinet niet wilde afwijken van de gemengde school, swaaraaji sedert 1806 de natie gehecht is," maar verzekerde thans weer, dat hij aan de hoofdgedachte van liet petitionnement, n.1. het gewenschte van Aa afzonderlijke school, niet kou tegemoet komen. Zelfs beweerde hij den 25 Nov. 185G >,dat het onderwijs op eene gemengde school goed, zelfs in den waren zin Christelijk kan zijn, zonder het gebruik van den Bijbel en zonder bepaald leerbegrip." Voorwaar, wel mocht de heer Van Zuylen van Xyevelt den 25 Nov. zeggen: »Nu het waarlijk anti-revolutionnair element zich heeft geëffaceerd, nu het zich zelf heeft verloochend, geloof ik niet meer bij den minister van Justitie, maar bij zijn ambt-

Sluiten