Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gelijke aanvragen te worden gedaan, te worden ondersteund; waar ze afgewezen zijn, te worden herhaald".

Met omzichtigheid en oogluiking werd de wet van 1857 in toepassing gebracht. In overwegend Roomsche streken behield de school een Roomsche strekking, in Protestantsche, vooral in streng Gereformeerde streken deed men, alsof men het gebruik van den Bijbel op de openbare school niet merkte. Evenwel, de hoop om in de staatsschool het positief Christendom door facultatieve splitsing dier school voor de gezindheden een gewenschten invloed te verzekeren, was verdwenen. Dat bleek spoedig in Den Haag. Op een der gemeentescholen aldaar nam een Joodscli kind de vrijheid het woord Jezus door te schrappen in een leesboek van een Christenkind, dat naast hem zat. De meester bestrafte het kind. Een paar dagen lateiontvingen al de onderwijzers aanschrijving tot het inleveren der lijst van werkzaamheden. Toen zij deze terug ontvingen, was voor Bijbelsche geschiedenis de uitdrukking der wet Beginselen der geschiedenis in de plaats gesteld.

'Lot wat moeilijkheden het stelsel der gemengde school leidde, kan o. a. ook blijken uit hetgeen zekere onderwijzer II.. die tot 18G<> het nog in de openbare school uithield, er van op blz. 232 van het Maandschrift v. Chr. opvoeding (jaarg. 1805) er van verhaalt. Hij gebruikte als openbaar onderwijzer Schmidts Oude en Nieuwe Testament. Zeer vele malen gebeurde het hem, dat een Jodenkind den naam Jezus, die in de les voorkwam, weigerde uit te spreken. Wanneer de onderwijzer naar de oorzaak hiervan vroeg, was het antwoord van den leerling steeds: »Wij mogen niet, het is ons verboden."

Een paar malen in de week was het des onderwijzers gewoonte, de voornaamste jaartallen uit de geschiedenis des vaderlands te doen opzeggen. De leerlingen zeiden daarbij : »Jaren vóór Jezus. 100 Aankomst, enz.'" Niet zelden gebeurde het, dat een Jodenkind dit moest doen. Maar dan wilde het nimmer zeggen: Jaren vóór Jezus, altijd zei het: Jaren vóór. Op de vraag: Waarom zegt gij het niet als de anderen? Was steeds het antwoord: »Wij mogen dien naam niet uitspreken ; het is ons geleerd.'''1

«Een echt Nederlander stemt toe", schreef eens Ds. Heldring in het Christelijk Weekblad, »dat een Christen zonder Bijbel is:

1". Een kind dat zijn vader niet kent.

Sluiten