is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

droeg te Jutrijp het traktement van den onderwijzer 400 gld. waarvan uit kerkelijke fondsen 350 gld; te Oosterbierum genoot de onderwijzer voor het waarnemen der kerkelijke bedieningen 525 gld; te Pietersbiernm 425 gld; te Wijnaldum 383 gld; te Minnertsga 328 gld. Uit andere provinciën was ook veel dergelijks te vermelden. Den 14 Mei 1862 zei Mackay hiervan in de Tweede Kamer: »die soort van subsidiën komen niet meer te pas. De burgemeester, tevens kerkvoogd, kan het aangenamer vinden, aldus een hoofdelijken omslag te vermijden, maar het is hem niet geoorloofd, op die wijze aan de burgelijke gemeente ten koste der kerkelijke gemeente behulpzaam te zijn. Na de nieuwe regeling van het onderwijs, moeten geene kerkelijke fondself op die wijs worden gebruikt." Thorbecke antwoordde daarop, dat er in Friesland en ook elders kerkelijke en pastorie goederen zijn, welke bezwaard zijn met bijdragen voor scholen en het Gouvernement mocht die goederen van deze verbintenis niet ontheffen. Zeer terecht wordt hierbij in de Berichten aangeteekend : »De vraag is, of eene verbintenis ten gunste der Kerk, die in de kerkelijkheid der school haar grond heeft, niet, voor zoover den Staat aangaat, door de tegenwoordige inrichting van het onderwijs, ophoudt; of eene bijdrage, verleend aan de school, als onderdeel van de Kerk, bij scheiding van Staat en Kerk, niet voor de Kerk, ten dienste van hetgeen zij ter Christelijke opvoeding wenschelijk keurt, beschikbaar is en blijft.

»De minister is tegen verbinding van een kerkelijk doel met eene openbare school; maar dan ook, wenschen wij, tegen verbinding van die school met kerkelijk geld."

HOOFDSTUK XXXV.

Aard van het openbaar onderwijs. — Oosterlittens.

Rede van Prof. Hofstede de Groot en de gevolgen daarvan.

Ook te Sexbierum werd kerkelijk geld gegeven aan de openbare school. De predikant, Ds. G. J. Sypkens had aldaar, in vereeniging met kerkvoogden, den moed aan dat onrecht een einde te maken. Dat was een goed voorbeeld, dat later navolging vond. De openbare