is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Was het wonder, dat men, met zulke beslissingen voor oogen, bij: de kerkbesturen er op aandrong, om aan de bekostiging der staatsschool uit kerkelijke fondsen niet alleen een einde te maken, maar ook aan de vereeniging der kerkelijke betrekking van koster en voorzanger met die van openbaar onderwijzer? Niet alleen zag men in dergelijke geldbesteding kerkberooving, maar meende men ook, en niet ten onrechte, dat daardoor in vele gemeenten de oprichting van kerkgemeentelijke scholen, die anders zeer mogelijk zou zijn, onmogelijk werd.

Toch was de Bijbel en het onderwijs, daaruit ontleend, in vele openbare scholen nog niet geheel vreemd. Maar hoe werd het hier en daar gegeven ? In het Maandschrift voor Chrixfetijke opvoeding in ar hooi en huis schreef de heer H. P. Mitze hierover: «Zooals wij van zeer nabij weten, werden op eene dorpsschool in Friesland, na het lezen uit het X. Testament, de kinderen tot dankbaarheid opgewekt, omdat zij gelukkig niet zoo waren ah de Farizeërs, van wie zij zoo aanstonds lazen. Een ander onderwijzer deed, na het lezen van de geschiedenis der verzoeking in de woestijn, den kinderen hoofdschuddend de vraag: «Gelooft gij, dat er een duivel bestaat?" Waar de onderwijzer zóó duidelijk deze vraag beantwoordde, behoeft men niet lang naar het antwoord der leerlingen te gissen. Geen wonder, dat de ouders, die hunne kinderen in den geest des Woords willen zien opgevoed, een afkeer hebben van zulk onderricht." —

In de Heraut van 5 Febr. 1864 kwam de volgende mededeeling voor: »Een 12jarige jongen uit Israël had op school tot een gereformeerd jongentje gezegd, dat er nimmer een Jezus bestaan had, waarop de ander had geantwoord: »Er is wel een Jezus geweest, maar gijlieden hebt Hem gekruisigd." Het Christenkind werd gestraft, »omdat," zooals de meester aan de moeder schreef, »het een onbetamelijk en niet kinderlijk gesprek gevoerd had met een Israëlietisch kind." —

Te Oosterlittens zei de hoofdonderwijzer der openbare school bij zijn onderwijs, dat alles, wat in den Bijbel staat, nog geen waarheid is. De koopman S. J. v. Buren, die ook aldaar kinderen op school had, klaagde daarom den onderwijzer aan. Deze werd echter bij besluit van 11 Mei 1865 door het gemeentebestuur voor niet schuldig aan wetsovertreding verklaard.

Dit was te Oosterlittens niet het eenige geval. In 1866 ge--