is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

is de wensch en het uitzicht van in 1862 mede te werken tot eerlijke handhaving derzelfde wet, om wier aanneming ik in 1857 de Tweede Kamer verliet, de reden waarom ik terugkeer, waarom ik in een tijdsgewricht, zoo gewichtig, aan het vereerend en aandoenlijk verlangen van zoovelen, zonder aarzeling, hoewel niet zonder huivering en alleen onder opzien naar boven, gehoor geef; ik, die zoo gaarne op gevorderden ouderdom het overschot mijner dagen en krachten aan de wetenschappelijke beoefening der geschiedenis van vroeger en van later eeuw onverdeeld zou hebben besteed." (Ter nagedachtenis van Stahl, bl. IV).

Bij de behandeling van 't Adres van antwoord (22 Sept. '62) weesGroen terstond ondubbelzinnig het thans door hem ingenomen standpunt aan. Hij berustte in de wet op het lager onderwijs; maar hij verlangde hare eerlijke, nauwgezette, onpartijdige tenuitvoerleggingDe neutraliteit van den Staat moest niet straks vijandschap worden. «Het hoofdbeginsel," zoo sprak hij, »der wet: neutraliteit van de openbare school en vrijheid van onder/rijs, wordt verkort en ter zijde gesteld; dit, — door een voortdurend misbruiken van de woorden: opleiding tot Christelijke deugden, niet minder door uitbreiding van het openbaar onderwijs, buiten alle verhouding tot de werkelijke behoefte ; door kosteloos onderwijs; door het besteden van kosteriegoederen ten bate der openbare school; door de verplichting tot vaccinatie ook op de bijzondere school; middelen van indirecten dwang,, die tegen de bedoeling van den wetgever de oprichting van specifiek Christelijke scholen bijna onmogelijk maken."

«Eerlijke handhaving van een slechte wet!" was voortaan Groens leuze. Hij zou er zich tegen verzetten, als op de openbare school een Christendom boven geloofsverdeeldheid, zooals Thorbecke dat verstond, zon worden gebracht. Vroeger had hij geijverd voor de facultatieve splitsing der staatsschool. Thans begon hij een weg in te slaan, dien hij niet gezocht had, n.1. het oprichten van particuliere scholen. Van het eenige, dat men in '57 had kunnen verkrijgen,. n.1. de vrijheid, om op eigen kosten bijzondere scholen op te richten, wilde hij nu een ruim gebruik gemaakt zien.

Zijn program voor den parlementairen strijd, dien hij thans weder aanvaard had, ontvouwde hij al spoedig in de Tweede Kamer. Het was: »In art. 23 valt (uit de woorden opleiding tot alle Christelijke en maatschappelijke deugden) het woord Christelijke weg.