Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»Bij art. 24 wordt gevoegd: «Kerkelijke bedieningen zijn voortaan met het openbaar onderwijzersambt onvereenigbaar.

»De eerste alinea in art. 33 (»Ter tegemoetkoming in deze kosten kan eene bijdrage voor ieder schoolgaand kind worden geheven") wordt aldus vervangen: »Ter tegemoetkoming in deze kosten wordt eene bijdrage geheven voor ieder schoolgaand kind. Aan minvermogenden kan van deze bijdrage vrijstelling worden verleend."

Op de vergadering van Christelijke onderwijzers, in 1863 te Utrecht gehouden, werd dit program toegejuicht; in de vergadering van Chr. Nat. Schoolonderwijs en door de anti-rev. pers. eveneens en bij de verkiezingen in 1864 was het zelfs de leuze.

Het woord Christelijk wilde men uit art. 23 geschrapt zien, om daardoor voor goed een eind te maken aan »de gedienstigheden der practijk." Immers, indien er in eene plaat* eene Christelijke school in aantocht was, dan begon men er haastig in de openbare school den Hij bel te gebruiken. De voorstanders van het Christelijk onderwijs vroegen zich zeiven af, als art. 16 voorschrijft dat de openbare school toegankelijk moet zijn voor alle kinderen zonder onderscheid van t/odxdienstige gezindheid; als art. 23 al. 2 den ondeiwijzer beveelt, zich te onthouden van iets te leeren, te doen of toe te laten, wat strijdig is met den eerbied, verschuldigd aan de godsdienstige begrippen van andersdenkenden; — tot welke Christelijke deugden zal dan de onderwijzer zijne leerlingen opleiden, die niet tevens maatschappelijke deugden zijn? Dat woord Christelijk, dat alzoo toch niets beteekende, wilde men verwijderen, opdat onnadenkeuden er niet door zouden worden verblind en opdat het niet meer dienst kou doen, om de Christelijke school er door te bestrijden. Den wolf, die zich met een schapenhuid had omhangen, wilde men die vacht afrukken, opdat iedereen hem kon kennen.

En de wolf maakte maar al te veelvuldig van de schapenvacht gebruik. Zoo werden tijdens de opening der Christelijke school te 01debroek van wege het gemeentebestuur 30 Oude en Nieuwe Testamenten aan de openbare school aldaar gegeven, waarin eiken vrijdagmiddag in den gewonen schooltijd werd gelezen, met verklaring van het gelezene door den onderwijzer.

Te Doornspijk meende men nog verder te kunnen gaan. Vóór de oprichting der Chr. school aldaar ijverden burgemeester en schoolopziener sterk tegen al wat naar Christelijk onderwijs op de openbare

Sluiten