Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in zijne tent, waarmede hij, wat hij te zeggen had, zijne bulletins, in het Fransch gesteld, drukte.

In 1834, toen hij het soldatenleven weer met het burgerlijke verwisselde, huwde hij met zijne nicht Jonkvrouwe Anna Singendonck. Hij werd in dat zelfde jaar benoemd tot Rechter ter Instructie bij de Rechtbank van den len aanleg te Nijmegen.

De vijftien volgende jaren waren voorzeker de gelukkigste en gezegendste zijns levens. Na vrij wat moeite verrees de school op den Klokkenberg (1844), het Asyl Steenbeek (waarvan V. d. Brugghen medebestuurder is geweest, gesticht in 1848) en de Normaalschool (1846). De hoofdredactie van 't Nijmeegsch Schoolblad was in zijne handen. De school en vooral ook de Normaalschool, die hij zoo innig liefhad, bezocht hij gedurig. In 1851 schreef hij Iets over Nijmegen als vesting, dat in 1852 verscheen. Ook op theologisch gebied gaf hij iets uit, waardoor hij door sommigen evenwel als »niet geheel zuiver" werd beschouwd en gewantrouwd werd. Zijne Studiën over het begrip der Schrift-Inspiratie in n". 4 der Tijdvragen en zijn tweetal Studiën over het Verlossingsbegrip in het tijdschrift Ernst en Vrede ontnamen hem het vertrouwen van velen. Een eerste gevolg hiervan was, dat de giften voor de Chr. Normaalschool verminderden. In de Vereeniging Christelijke Stemmen werd dit verschijnsel door V. d. Brugghen besproken en legde hij er den nadruk op, dat de Normaalschool, volgens het door den heer Groen verdedigde schoolsysteem, »niet geroepen is om Gereformeerde onderwijzers voor een Gereformeerd Gezindheidsschool te vormen, maar Evangelisch-Christelijke voor eene Protestantse/ie School, in tegenstelling alléén van de R. Katholieke en Israëlietische school." Groen was het in alles niet met hem eens, doch schonk toch aan Y. d. Brugghen «gelijk hij reilt en zeilt" eene gift van 500 gld. voor de Normaalschool.

Van 1853—'54 was V. d. Brugghen door het kiesdistrict Zutfeu naar de Tweede Kamer afgevaardigd. Yau den 1 Juli '56 tot 18 Maart '58 was hij minister van Justitie en hielp hij de Schoolwet van 1857 tot stand brengen. Pijnlijke oogenblikken kwamen in dat tijdperk tusschen hem en zijn vriend Groen voor. Het misverstand tusschen hen ontstond reeds met hun gesprek op Groens buitenplaats Oud-Wassenaar. V. d. Brugghen had door dat gesprek de overtuiging gekregen, dat Groen hem niet zou tegenwerken, terwijl de laatste in 1876 den inhoud er van aldus samenvatte :

Sluiten