Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Eene ellendige zinsnede. Misschien is dit woord te zwak. Waarom? Omdat, in dit drietal woorden, het beginsel ligt eener centralisatie, die zich tot op het gebied der conscientie uitstrekt. De zinsnede was het werk eener richting die, lang overmachtig, op behoud der overmacht staat gemaakt heeft." (Blz. 15 van Pari. Adv. van 28 Sept. 18(54) Ter karakteriseering van die zinsnede zei hij: »Opmerkenswaard is het, hoe die eene zinsnede, wanneer zij, (gelijk in de wet van 1857) op godsdienstloos staatsonderwijs uitloopt, met de voornaamste beginselen van het moderne staatsrecht, zoolang dit de vrijheid niet afzweert, in strijd is. Tegen de scheiding van Kerk en Staat. Tegen de vrijheid van geweten. Tegen de vrije ontwikkeling van individueele kracht.

»Elke richting moet, als zij niet op eeu voorbijgaand partijbelang berust, tegen die zinsnede zijn. Eéne uitzondering is er evenwel. Eéne richting, is er, wier toenemende macht ik mij niet ontveins. Be richting die in de hedendaagsche wetenschap en samenleving onder den naam van sociale en moderne theologie bekend is. Zij wil, zoo ik haar strekking wel begrijp, geen scheiding, maar de innigste vereeniging van Staat en Kerk, waarbij de Kerk zich oplost in het groot geheel, en de moderne theologie voor School en Staat een eigenaardigen godsdienst aan de hand geeft." (Idem, Blz. lo en 16).

Heeft het openbaar onderwijs voorrang en is het regel? Op deze vraag antwoordde Groen: «Hierop is, in theorie, tweeërlei antwoord. Bij gemeen overleg van Staat en Kerk, ja! Ik heb mij daar altijd mee ingenomen verklaard; maar, volgens het hedendaagsche staatsrecht, met scheiding van Kerk en Staat op den voorgrond, neen! dan zij de verhouding omgekeerd; het bijzonder onderwijs kome voorop, het openbaar onderwijs zij suppletoir." (Idem. Blz. 6).

Groen had gelijk: de bepaling van art. 194, dat overal in het rijk voldoend lager onderwijs wordt gegeven (de ellendige zinsnede genoemd), was in strijd met het heerschend beginsel der scheiding van Kerk en Staat. Die bepaling was in 1848 in art. 194 der grondwet gelascht door den invloed der groote Protestantsche partij. Het ontwerp der Commissie van 17 Maart '48 voor de grondwetsherziening liet den wetgever vrij. Volgens Thorbecke »zou een land, waar enkel bijzondere scholen zijn, zich zeer wel kunnen bevinden, is het ouderwijs geene taak van regeering en moet de regeering alleen voor een publiek onderwijs zorgen, omdat de bijzondere personen in

Sluiten