Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stellen. Zeer spoedig zou de strijd tnsschen deze twee partijen in al zijn lievigheid ontbranden.

De vrienden van liet openbaar onderwijs zagen intusschen met leedwezen den toenemenden bloei van het Christelijk onderwijs aan. Vooral de Maatschappij tot Nut van 7 Ahjemeen meende tot waakzaamheid te moeten aansporen. Onder dagteekening van 5 Nov. 1868 werd door het Hoofdbestuur dier Maatschappij aan de departementale besturen een schrijven verzonden, waarin niet onduidelijk de vrees werd te kennen gegeven, dat er gevaar dreigde voor de zoo luid geprezene openbare school. »In den jongst verloopen tijd intusschen," zoo werd er in de circulaire gezegd, »is de toeleg zichtbaar. om de weldadige vruchten van het verleden te niet te doen," en nu werden de 300 departementen met hunne bijna 14000 leden tot strijd voor de openbare school opgeroepen. Xaar aanleiding van deze beweging in de Maatsch. t. X. v. 't Algem. schreef Pr. A. Kuyper zijne brochure De Xtitsbeicei/inr/, waarin aan het slot den nog geloovigeu leden van het »Nut" werd toegeroepen : «Mannen broeders! Gaat uit van eene maatschappij, die den krijg heeft uitgeroepen tegen wat uwe ziele heilig is, en zoo <iod U schat of gave schonk, leent pen, noch woord, noch geld meer aan zulk eene maatschappij." Het beste protest tegen deze Nutsbeweging was voorzeker, dat ter plaatse van het departement, dat tot den aanval had aangespoord, — in Winterswijk — eene Christelijke school geopend werd.

Op de algem. verg. der Vereen, v. C. N. S., den 22 en 23 Mei 1807 te Leeuwarden gehouden, werd eene commissie benoemd tot onderzoek in de Christelijke opvoedkunde, alsmede in de liijbelsche, Kerkelijke en Vaderlandsche geschiedenis van jongelieden, die de akte van hulponderwijzer hebben verkregen. Op de algem. verg. dier Vereeniging, den 1 Mei 18G8 te Arnhem gehouden, werd voorgesteld, dat dit onderzoek ook zou kunnen worden uitgestrekt tot personen, welke reeds een akte van hoofdonderwijzer verkregen hadden, doch nog als hulponderwijzer werkzaam waren , in afwachting van eene benoeming tot hoofdonderwijzer aan de eene of andere Chr. school. Dit voorstel vond algemeenen bijval, zoodat het zonder stemming werd aangenomen. De Commissie voor het Na-examen, welke op 29 Juli 18G8 te Utrecht hare eerste zitting hield , heeft ontegenzeggelijk veel goeds gedaan aan de Chr. school. De algem. verg. der Vereeniging v. C. N. S. van 5 Juni 1874 besloot: »Na drie jaren worden

Sluiten