Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

om ze op een nieuw standpunt te coneentreeren. — Het ('hristelijkhistorisch beginsel brengt mee, dat de Staat, en vooral zulk een Staat, geen onderwijs mag geven, ja, dat de Staat, als hij modern is, geheel per se onmogelijk onderwijs kan geven. In de gegeven omstandigheden moet al ons streven zijn, dat den Staat het geven van onderwijs onmogelijk worde gemaakt; het moet afbrokkelen. Daardoor verkrijgen wij, dat de ouders opmerkzaam worden, dat het staatsonderwijs niet voldoet. Als wij den Staat in zulk een toestand laten verschijnen, dat hij als een dor geraamte daar staat, zullen de oogen opengaan."

Dr. Ph. J. Hoedemaker ontkende het recht, dat het woord < 'hrialelijke geschrapt werd in naam der waarheid, wel der werkelijkheid.

Ds. H. V. Hogerzeil meende, dat, indien wij waarlijk recht hebben, het woord Christelijke te schrappen, wij dan ook vragen moeten, dat maatschappelijke deugden worden verwijderd. Bovendien kon hij niet inzien, dat de Staat anti-Christelijk mag genoemd worden. Hij zou liever spreken van eene anti-Christelijke richting in den Staat. Hij zag nog altijd in den Staat punten en concessiën, die men kan aangrijpen en waarop gewerkt moet worden. Er moet eene worsteling zijn tussehen de Christelijke en de anti-Christelijke richting. Het was voor hem een gewetensbezwaar, het woord te verwijderen.

Mr. P. H. Saaymans Vader herinnerde er aan, dat Groen zelf meermalen gezegd heeft, dat hij zich in staat zou gevoelen, om met de grondwet in de hand het land te regeeren. Het is alleen eene verwringing van den toestand, door de grondwet daargesteld, die ons in deze positie gebracht heeft en daarom is het niet onmogelijk, dat met dezelfde grondwet ons weder onze rechten worden toegekend. 1)

Dr. N. Beets meende, dat de uitdrukking Christelijke kan opgevat worden ter goeder trouw: maar waarom, zoo vroeg hij, bestrijdt men dan een woord van eene goede intentie, dat wel weder in de toekomst nuttig kan worden? De woorden «Christelijke en maatschappelijke deugden" sluiten alles in zich, wat in betrekking staat tot onzen omgang met anderen. Dat alles is veel te veel om het te gaan l>estrijden, en wij moeten niet bestrijden wat eene goede zijde heeft. Laat ons niet ons heil zoeken in 't schrappen van woorden, die op

1) De wet-Mackav heeft «le waarheid dezer bewering in beginsel bewezen. Bij de grondwetsherziening in 1887 toch werd art. 11>4 niet gewijzigd.

Sluiten