Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

steunen, en achtte mij niet door dit lidmaatschap aan eenig politiek programma gebonden. Nu evenwel niet eenig lid, zij het ook een invloedrijk, maar de Yereeniging zelve in hare vertegenwoordigers op de laatste algemeene vergadering een politiek programma heeft aangenomen, en dus zelve als politieke Vereeniging is opgetreden, nu meen ik, dat de eerlijkheid gebiedt, dat zij, die dit politiek programma niet aannemen, die Vereeniging verlaten, ten einde den schijn te vermijden van mede aan te nemen en goed te keuren, wat in hunne oogen verwerpelijk is."

Groen bracht hiertegen in: »1". De gebondenheid aan een politiek programma. Men beweert, dat de Vereeniging thans als politieke Vereeniging is opgetreden. Omdat zij in de bijeenkomst te Utrecht van 19 Mei een politiek program heeft aangenomen. Nauwelijks behoef ik te doen opmerken, dat de aanneming van het schoolwetprogram niets andere is geweest dan eene adhaesie der vergadering met overgroote meerderheid en na rijp beraad, maar die geenerlei wijziging brengt in de statuten en aan de leden geenerlei band oplegt. Geen politiek program, maar schoolwetprogram. Een program voor eigen irerkkring. Voorzeker politieke vereeniging, of politiek persoon wordt men niet, omdat men eigen roeping kent of uitspreekt, zijn eigen recht formuleert, en, als het miskent wordt, den eisch ter handhaving aan het politiek gezag richt. Hij orthodoxophobie voegt zich politocophobie. Weest er op bedacht! Met dergelijk een verdubbeling van vreesachtige wijsheid zou, na het verval, de val van Kerk en Vaderland worden voltooid. 2". De wegneming van het woont Christelijk*: uit art. 2-3. Misdadig. Twee opmerkingen slechts. Vooreerst betreur ik, dat men eene uitdrukking, blijkbaar in de opgewondenheid van een levendig debat ontvallen, aldus stereotypeert. Ten anderen werd door onzen vriend dezelfde of soortgelijke mixilaail meermalen gepleegd." (Ned. Geel. van 18 Febr. 1870).

Dr. J. H. Gunning Jr. bleef evenwel Groen getrouw. In een brief, opgenomen in de Hoop des Vaderlands van 9 Febr. 1870, schreef Dr. G.: »Ik denk van harte lid der Vereeniging te blijven .... Ik geloof, dat de eisch van herziening van art. 1'J4 der grondwet,.... dit edele heeft, dat alzoo voor de natie zelve de vrijheid gevraagd wordt, om over zulk een teeder belang naar den eisch harer consciëntie te beslissen en ik doe dus mede den eisch." En omtrent Groen getuigde hij: »Ik leg deze verklaring niet af, omdat ik den invloed

Sluiten