Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

onderga van een staatsman, dien ik hier niet behoef te noemen, en met wien ik op, naar ik meen, welbekende wijze in andere opzichten niet overeenstem, ofschoon dit verschil niets afdoet aan de onvergankelijke liefde,.... waarmede ik mij aan hem r/eheckt yevoelT

Groen had het gebeurde op de algem. verg. der Vereen, v. C. N. S. eerst niet zoo ernstig opgenomen. In zijne Ned. Ged. van 7 Juni 1870 schreef hij: «Het scheen een onbeduidend incident. Beets, zoo dacht men, wilde, nu de vergadering te Utrecht bijeenkwam, wel eens zien en hooren, wat er voorviel en gezegd werd; door een woord, door een allusie misschien, getroffen, heeft hij zich in eene gedachtenwisseling onvoorbedachtelijk geworpen, van wier eigenlijke strekking hij, vreemd aan de zaak, geen begrip had." Anders vatte Groen evenwel de zaak op, toen tegen de Vereeniging een dubbele oorlogsverklaring uitging, toen men, verklarende, dat dit gewetenshalve plaats had, het afscheid aan de Vereeniging zond. Niet gaarne wilde hij, dat de Vereen, v. 0. X. S. om zijnentwil schade leed. Op 11 Mei 1870 deed hij daarom afstand van het eerevoorzitterschap, in een brief aan de Hoofdcommissie, waarin hij zeide: sMijn blijven als Eere-voorzitter zal reden en vooral pretext zijn, om de Vereeniging te verlaten, terwijl mijn abdicatie het recht geeft om, (na weglating van het voorwendsel) de tegenstanders, ook op dien grond tot samenwerking te dringen." Al de leden van het Hoofdbestuur verklaarden, dat zij dien afstand zouden betreuren en dat ze daarvan nadeelige gevolgen voor de Vereeniging verwachtten. Groen zag daarom van zijn voornemen af en bleef eerevoorzitter.

Ook Ttr. Kuyper openbaarde zijn gevoelen over de gerezen kwestie. Hij zei in de Heraut: »Het geschil, dat ontstond, is principieel en discussie daarover mag dus noch ter linker-, noch ter rechterzijde ontweken worden. Men vergist zich, zoo men meent, dat hier slechts gekwetste eigenliefde in het spel is, zoo men waant, dat, door terugneming van een bedenkelijk woord («misdadig"), de harmonie te redden ware. Men kent de geesten, men doorziet de verhoudingen niet, zoo men den opgestoken storm door een woord ter zelfverdediging reeds bezworen acht. Integendeel. Naar onze overtuiging is nu slechts ter goeder ure uitgebroken, wat reeds jaren -lang in het verborgen heeft gesmeuld. Men was liet niet eens, al scheen men het eens.... Smoring van het geschil thans, zou het tater in nog veel bedenkelijker verhouding doen terugkeeren. Reeds te lang zweeg men. Waar

Sluiten