Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

trachtte te stellen. Terwijl sommige vrienden van het Christelijk onderwijs met dat verbond, aanvankelijk althans, meenden mede te moeten gaan, achtten anderen, na het gebeurde op de vergadering van dat verbond te l trecht van 27 Oct. 18C9 zich van samenwerking te moeten onthouden. Op de algem. verg. der Vereen, v. Chr. onderwijzers in Nederland, den 10 en 11 Juni 1870 te Utrecht gehouden, werd de vraag behandeld : «Kunnen Christelijke onderwijzers zonder verloochening van eigen beginsel zich als lid bij het Schoolverbond aansluiten ?" I)r. Raabe verklaarde, dat hij aan het Schoolverbond geen pessimistische strekking kon toekennen en er daarom lid van geworden was. I)e heer J. v. Zanten meende, dat al het mogelijke dient in het werk te worden gesteld, om schoolverzuim tegen te gaan, maar hij was toch van oordeel, dat een Christen zich alleszins de handen boud, indien hij tot het verbond toetrad. De heer Wijle was nog niet vergeten, wat er op 27 Oct. 1869 geschiedde, toen de heer Feringa het woord «gewetensvrijheid" uitsprak. Anderen hadden bezwaar, lid van het verbond te worden, omdat zij dan met hun naam, geld en krachten ook bevorderlijk zouden zijn aan het bezoeken der openbare school.

Het valt moeilijk te beoordeelen, of de voorstanders van het neutrale onderwijs liet Schoolverbond wilden gebruiken, om de vrienden der Chr. school meer naar hun standpunt over te halen of te verdeelen en zoo het Chr. onderwijs te bestrijden. Dat de verdedigers van het neutrale onderwijs intusschen niet stilzateu, om de Vereeniging voor C. N. >S. te bestrijden, bleek echter al spoedig uit de in 1870 opgerichte Vereenii/ini/ lot berorderini/ van het Volksonderwijs in Nederland, welke slechts eene uitbreiding was van de Friesche. Vereeniijincj tot bevordering van Volksonderwijs. De »Nederlandsehe Vereeniging" werd als rechtspersoon erkent den 22 Jan. 1871 en stelde zich ten doel:

y>a. bescherming en verdediging der beginselen van de wet op het lager onderwijs van 1857 ;

» b. verbetering van het volksonderwijs en verheffing van de onderwijzers door betere opleiding en voldoende jaarwedden;

»f. het vestigen eener volksovertuiging van de onmisbaarheid van opvoeding en onderwijs en het nadeel van schoolverzuim;

»d. grondig onderzoek naar en zoo mogelijk opheffing van de bezwaren tegen een tusschenkomst van de regeering om het onderwijs algemeen en verplichtend te maken."

Sluiten