is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

maar bezocht door 4 leerlingen uit een R.-C. huisgezin, op omstreeks een uur afstands van de school wonende.

Het Chr. onderwijs kon niet het openbare wel, wat het gehalte van het onderricht betrof, wedijveren. In het rapport van de Commissie, benoemd uit leden van de Tweede Kamer, om een verslag uit te brengen omtrent het door de regeering aan de Kamer ingediende overzicht van den toestand van V lager onderwijs op 1 Dec. 18G9 vergeleken met dien op 31 Der. 1857, werd gezegd: »\Vat het onderwijs betreft, kan de Commissie tot haar leedwezen de vraag niet toestemmend beantwoorden, of de uitkomsten in verhouding staan tot den grooteren omvang er van en de zorgen er aan besteed. — Omtrent het onderwijs op de bijzondere schoten worden over 'talgemeen zeer gunstige berichten gegeven, en het blijkt in het algemeen volstrekt niet achter te staan bij dat, aan de openbare scholen gegeven."1

In 1868 werd uitgegeven De Hoop des Vaderlands, treekblad voor Chr. Nat. Schoolonderwijs. Als orgaan der Vereen, v. C. X. S. weiden daarin alle berichten en mededeelingen geplaatst, die de Hoofdcommissie aan de leden en begunstigers te doen had. Het blad ondervond echter geen genoegzamen steun, zoodat de uitgave er van in Mei 1873 moest gestaakt worden.

Art. 194 der grondwet zei: het geven van onderwijs is vrij. Dat deze vrijheid echter hare grenzen had, ondervond de heer H. J. Lemkes, Hoofdonderwijzer te Aarlanderveen. Tegen hem toch werd in 1871 proces-verbaal opgemaakt, omdat hij een ongevaccineerd kind op school had toegelaten. De Chr. onderwijzersvereeniging zond, door dit voorval nog meer geprikkeld, een adres bij de Tweede Kamer in tegen art. 19 van het ontwerp van wet op de besmettelijke ziekten, toen juist in ons Parlement in behandeling. Evenwel, het ontwerp werd aangenomen en br. Lemkes verliet om des gewetenswil zijne betrekking, Mei 1873.

Den 1 Mei 1873 trad de wet op liet geneeskundig toezicht in werking, welke als voorwaarde van toelating tot de school de vaccine verplichtend stelde. Te vergeefs stelden duizenden bij duizenden zich voor de handhaving der gewetensvrijheid in de bres. Te vergeefs werd in de Tweede Kamer met waardigheid en kracht tegen het schenden der vrijheid geprotesteerd, 't Mocht niet baten; eene zoogenaamde liberale meerderheid, aangevoerd door een Israëliet,