Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die tijdeus Groens ziekte eu sterven tot herstel van geschokte gezondheid in het buitenland vertoefde, Groen als leider der Antire volntiónnaire partij op.

HOOFDSTUK XLIX.

Mr. Guillaume Groen van Prinsterer. (1801—1876.)

Mr. Guillaume Groen van Prinsterer werd den 21 Aug. 1801 te Voorburg bij 's-Gravenhage geboren. Hij was de zoon van zeer aanzienlijke ouders. Zijn vader was geneesheer. Hij zelf getuigde van de jaren zijner jeugd: »Aan de verstandige en liefderijke zoig \an godvreezende en teeder beminde ouders heb ik het onwaardeerbaar voorrecht eeuer Christelijke opvoeding te danken gehad. ^ ooits zijn mij door onderricht en welwillendheid bovenal onvergetelijk : eer ik tot het hooger onderwijs werd toegelaten, in het catechetisch onderwijs Dermoutli; in de aanvankelijke studie der Oude Letteren, Kap■pnjne van de, Coppello; op de Academie Borger, Kemper, halte. ^ an het begin zijner studie af gaf hij aan geschiedenis de voorkeur. Den 28 Febr. 1817 werd hij van het Utrechtsch gymnasium tot de Academische lessen toegelaten 11a het uitspreken van eene redevoering, waarin hij aantoonde, dat Cicero in zijne raadslagen en daden naar zijn natuurlijken aanleg eu aard gehandeld heeft. Den 29 Mei 1817 werd hij te Leiden ingeschreven als student in de letteren en rechten. Een opstel, door hem in 1820 over de hegemonie der Atheners geschreven, werd bekroond. Te Leiden maakte hij o. a. kennis niet Thorbecke, met wien hij een intieme vriendschap aanknoopte. Keeds in 1821 kwam hij met Bilderdijk in aanraking. De lezing en herlezing der Dialogen van Plato, van de geheele Oudheid zijn lievelingsauteur, vrijwaarde hem tegen de overrompeling van eene zeldzame genialiteit, ook tegen die van Bilderdijk. Omtrent zijne Academische studiën verklaarde Groen: »Ook in de klassieke literatuur had al wat ik schreef een historische strekking. Niemand begreep het I te ter dun Kemper, die mij, als kweekeling der Hoogeschool, voor hetdoceeren van de historie te Leiden bestemd had." I11 1823 promoveerde hij tot doctor in de rechtswetenschap en in de letteren en dat wel op één dag (16 Dec.). Tot 1828 was hij, zooals hij zelf het uitdrukte:

Sluiten