Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verliet, ben ik in een tijdsgewricht van ongeveer derdehalf jaar tot vastheid van anti-rev. polemiek geraakt." Nadat hij in 1833 tot herstel van zijne gezondheid eene reis in het buitenland had gemaakt, werd hem in 1834 eene betrekking opgedragen, geheel overeenkomstig den wensch zijns harten, n.1. die van Bewaarder van het Huisarchief des Koning». Een vrucht hiervan was, zooals we reeds opmerkten, de 13 deelen Archives, door Dr. Beyneu genoemd een der rijkste en schoonste werken, die zijn tijd aan het nageslacht zou vermaken. Yan 1829—1833 schreef Groen zijne Nederlandsche Gedachten, waarin hij den revolutiegeest bestreed, eerst onder bijval, iater onder veel miskenning. Men beschuldigde hem, dat hij overdreef. Velen, bij wie hij vroeger steun vond, begonnen hem zelfs te bestrijden, zoodat hij in 1833 de uitgaaf zijner Ned. Ged. staakte. In 1836 maakte hij ten behoeve van het Huisarchief van Oranje een reis naar het buitenland en onderzocht de archieven van Parijs en Besangon.

Behalve de prediking van Merle d'Aubignó, was ook die van •Secrétan Groen ten zegen. Evenwel, niet alleen voortreffelijke buitenlanders waren het, met wie Groen zich geestverwant voelde; ook in ons land waren er velen, die in zijn volkomen vertrouwen zich mochten verheugen. Den 20 Oct. 1829 kwam hij in kennis met den Christen-improvisator Willem de Clercq. Den 17 Nov. 1830 ontmoette hij ten huize van dezen laatste den dichter Izaiik Da Costa, dien hij reeds in 1823 door diens Bezwaren ter/en den geest der eeuw had leeren kennen en waardeeren.

De vervolgingsmaatregelen der regeering tegen de toenmalige «Afgescheidenen" in de jaren 1834 en volgende, werden, hoewel door Thorl>ecke verdedigd, door Groen als ongrondwettig bestreden. Vrucht hiervan was zijn De maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het staatsrecht. getoetst.

In 1839 vestigde Groen zich te 's-Gravenhage op den Korten Vijverberg, waar hij tot zijn dood is blijven wonen. In 1840 verscheen zijne Bijdrage tot de herziening der Grondwet in Nederlandschen zin. Kort daarna werd hij voor het eerst in de Tweede Kamer gekozen, toen in dubbelen getale opgeroepen. Den 12 Nov. 1840 kreeg hij zitting in de Staatscommissie, ter onderzoeking van de bezwaren, tegen het lager ouderwijs ingebracht. fJroen ontwikkelde nu zijne denkbeelden over het onderwijs in eene afzonderlijk door hem uitge-

o. o. 14

Sluiten