Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

raad als den eenig wettigen te erkennen, ook wanneer die kerkeraad om liet vervullen van zijne roeping, om de gemeente bij Gods Woord te houden en de drie formulieren van Eenigheid als accoord van kerkelijke gemeenschap te handhaven, werd geschorst of afgezet. Den 4 Jan. 1886 werden de 80 kerkeraadsleden, die voor art. 41 hadden gestemd, provisioneel geschorst, van welke den 1 Juli 1887 75 voor goed van hunne kerkelijke bedieningen werden ontzet. Den 11 April 1887 riep de kerkeraad van Amsterdam een kerkelijk congres saam, en al spoedig waren er meer dan 200 gemeenten in doleantie overgegaan. In 1892 mochten de pogingen, om deze en die der Christelijk-Gereformeerden onder één kerkverband te vereenigen, gelukken.

In 1894 werd Dr. Kuyper in het kiesdistrict Sliedrecht tot lid der Tweede Kamer gekozen. Hij aanvaardde zijn mandaat enkel met het oog om uitbreiding van kiesrecht te verkrijgen. Den 1 April 1897 vierde hij onder veel toejuiching en geestdrift het 25-jarig jubiléals redacteur van de Standaard in de reusachtige zaal van het Paleis voor Volksvlijt. Meer dan 5000 programma's werden uitgereikt, terwijl Mr. Heemskerk en Prof. Dr. Bavinck als feestredenaars optraden.

HOOFDSTUK LIII.

Het »Groen van Prinsterer-fonds". — De WetsontwerpenMoens en -Heemskerk. — Nog een Na-examen.

Ter nagedachtenis van Groen van Prinsterer werd in 1876 op voorstel van Dr. G. J. Vos Az. een Groen van Prinstererfonds gesticht, ter opleiding van Chr. Onderwijzers. Van dit fonds, dat onder beheer werd gesteld van de Vereen, voor C. N. S. en dat omstreeks 62,000 gld. groot was (aanvankelijk stelde men zich voor, de som op 500,000 te brengen, wat echter niet mocht gelukken), werden de renten besteed, om de kosten der normaallessen te dekken. De heer J. Voorhoeve H.C.z., een der oudste vrienden van Groen, deed voor deze zaak vrijwillig eene collectereis door al de provinciën.

Gelijk wij zagen, werd door den heer Moens, prov. inspecteur voor Utrecht en lid der Tweede Kamer, in Maart 1876 een voorstel tot wetsverandering ingediend, dat aan geen enkel bezwaar der voorstanders van het Chr. onderwijs te geuioet kwam. Gelukkig verloor het vooretel-Moens weldra geheel zijne beteekenis, doordat in de plaats

Sluiten