is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daarvan door den minister Heemskerk hij de Tweede Kamer een nieuw wetsontwerp op het onderwijs werd ingediend. Ook hierin werd op de rechtmatige wenschen der vrienden van de Chr. School niet gelet. Hunne opofferingen, hun strijd gedurende den 20-jarigen druk onder de heerschappij der wet van 1857 werden onopgemerkt voorbij gegaan, ja zelfs in de memorie van toelichting met bitteren spot bejegend. Ook volgens dat ontwerp moesten de steeds toenemende kosten voor iiet openbaar onderwijs door allen, dus ook door hen, die daarvan om des gewetens wille geen gebruik konden maken, gedragen worden. De onderwijskwestie bleef in den vorm van politieke kwestie bestaan en dreigde hoe langer hoe meer eene oorzaak van verdeeldheid onder de zonen van hetzelfde vaderland te worden. Toch bevatte het ontwerp enkele verbeteringen. Werd b.v. art. 16 er van onveranderd aangenomen, dan konden ongerijmdheden als te Wons, Schraard en elders zijn voorgekomen, niet langer gewettigd worden, terwijl art. 42 in de meeste gevallen het geven van kosteloos onderwijs op de openbare school uitsloot. Deze voordeelen, die het wetsontwerp het bijzonder onderwijs aanbood, wogen echter bij verre niet op tegen den meerderen druk, dien het dat onderwijs oplegde. Bij art. 17 werd b.v. het aan de gemeentebesturen overgelaten, om aan de scholen »eene laagste of voorbereidingsklasse te verbinden, waarin kinderen beneden zes jaren tot het ontvangen van lager onderwijs worden voorbereid." Men zorgde er dus voor, dat het kind nooit onder kerkelijke invloeden zou komen en van meet af zou worden gevoed met de onvervalschte neutrale melk.

Allerwegen deden zich stemmen tegen dit ontwerp hooren. Te Amsterdam werd door 258 onderwijzers, staande aan het hoofd van 258 bijzondere scholen, die door 40,750 leerlingen bezocht werden, een adres aan Z. M. den koning ingediend, waarin werd betoogd, dat liet bijzonder onderwijs rechtmatig aanspraak had op staatsrechterlijke gelijkstelling met het openbare en waarbij Z. M. eerbiedig werd verzocht: sHaar zorg voor het onderwijs op zoodanige wijze te behartigen, dat ook voor hen, die niet tot de zeer rijken behooren, de vrijheid, om andere dan openbare scholen te bezoeken, geen gevaar loope."

Gevolg gevende aan eene uitnoodiging van de Hoofdcommissie der Vereen, voor C. N. S., hielden de vrienden van het Chr. onderwijs in den avond van 23 Maart 1877 een algemeenen bedestond en smeekten van den Heere hunnen God redding af. Door een achttal