Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kamerleden, werd weder bij het onderzoek van het wetsontwerp in de sectiën eene collectieve nota ingediend, waarin zij met den meesten ernst en aandrang opkwamen voor de heiligste belangen van het Nederlandsche volk. Aan het slot er van zeiden zij : »In naam van Hem, in Wiens kracht zij (n.1. de onderteekenaars) ook tegenover eene overgroote meerderheid, onbeschroomd durven optreden tot handhaving van het recht der natie op waarachtige vrijheid van onderwijs, teekenen zij tegen de bij dit wetsontwerp voorgestelde regeling van het volksonderwijs protest aan."

In onderscheidene adressen werd eveneens tegen het wetsontwerpKappeyne geprotesteerd, zoo o. a. den 30 Maart door de heeren Brummelkamp c. s., waaraan door vele kerkeraden en gemeenteleden der Chr. Gereformeerde gemeenten eene verklaring van instemming werd toegevoegd; door Patrimonium: »Algemeen Xed. Werkliedenverbond"; door de algem. verg. der Vereen, v. C. N. S., den 2 Mei 1878 te Utrecht gehouden, enz. — Het laatste adres is later ter perse gelegd en bij duizendtallen door geheel het land verspreid geworden.

Reeds dikwijls was er op de vergaderingen der Vereen, v. Chr. N. 8. op petitionneeren aangedrongen. Daar men echter meende, dat alleen in de uiterste noodzakelijkheid zoodanige agitatie moest bevorderd worden, was men er nimmer toe overgegaan. In de vergadering van Chr. N. S., den 2 Mei 1878 te Utrecht gehouden, werd door de heeren Dr. A. Kuyper, Jhr. Mr. A. F. de Savornin Lobman en Mr. B. J. L. Baron De Geer van Jutfaas eene motie ingediend, waarin zij voorstelden, dat de vergadering eene commissie zou benoemen van drie leden, allen woonachtig te Amsterdam, ten einde met den vice-voorzitter, den secretaris en den penningmeester der Vereen, voor C. N. S. zich te constitueeren tot eene commissie voor het volkspetitionneinent, in last hebbende om de Vereen, voor Geref. onderw. en de Vereen, van Chr. onderwijzers uit te noodigen met haar saam te werken en elk een lid, te Amsterdam woonachtig, aan haar toe te voegen. Deze commissie moest dan, indien het ontwerpKappeyne werd aangenomen, de geheele leiding eener volksbeweging op zich nemen en een smeekschrift aan Z. M. den Koning in zake de onderwijswet opzenden. Dit petitionnement zou, behalve de adressen van corporatiën, kerkeraden, colleges en belangstellenden, slechts bestaan uit een adres aan den Koning, van ouders, kinderen heb-

Sluiten