Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zon komen met de vertegenwoordiging des lands, antwoordde Elout, dat, indien dat waar ware, »dan het grondwettig gemeenschappelijk oïw'-leggen van Kroon en vertegenwoordiging zou ontaarden in het eenzijdig opleggen aan de Kroon van den wil der tijdelijke meerderheid eener, onder onze kieswet, daarenboven onvolledige vertegenwoordiging der natie. Voor zulke volkomen omkeering onzer staatsinstellingen zal ons de God van Nederland en van Oranje behoeden. Ook de Standaard besprak in een drietal artikelen (voorkomende in de n"". van 24, 28 en 30 Aug. 1878) breedvoerig Kappeyne's rapport en wees aan, dat sten slotte de minister zelf over zich en zijne medestanders het vonnis geveld en geheel de oppositie in het gelijk gesteld heeft." _

Het smeekschrift was voorzien van 305.869 naamteekeningen. Het was door afzonderlijke adressen van 306 kerkeraden van de Ned. Herv., 108 van de Chr. Geref. en 7 van de Evangelisch en Hersteld Luthersche gemeenten ondersteund geworden, benevens door een aantal corporatiën en vereenigingen. Meer dan 164.000 E.-Katholieken, hoofden van huisgezinnen, adresseerden mede tegen de wet. Zij deden dat geheel zelfstandig, doch, providentieel, gelijktijdig. Zoo bleek het, dat "de wet-Kappeyne eene partjwet was, die aan het geheele volk-

werd opgedrongen.

Groot was de eenstemmigheid, waarmede onder de vrienden van het Chr. onderwijs gehandeld was geworden. Geen bijkomstigheden vermochten eenigen wanklank te brengen in het harmonisch samenwerken van 't geen werd bedoeld; geen bijzondere inzichten of individueele meeningen hadden eenigen verkeerden invloed.

Dit alles kon evenwel niet verhinderen, dat de wet-Kappeyne den 17 Aug. met de koninklijke handteekening bekrachtigd werd. Met recht mocht de nieuwe onderwijswet de «scherpe resolutie" genoemd worden. Voor een onderwijs, dat de groote meerderheid des Nederlandschen volks getoond had, niet te begeeren, werden de uitgaven met vele millioenen vermeerderd, die ook door de voorstanders van het Chr. onderwijs moesten worden betaald, terwijl zij van rijkswege niet de minste tegemoetkoming in de onkosten voor hunne scholen ontvingen.

Door N. M. Feringa werd later, volgens opdracht, een Gedenkboek betreffende bet volkspetitionnement geschreven, dat bij den uitgever J. H. Kruyt het licht zag en uitvoeriger de bijzonderheden

Sluiten