Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lokhorst Sr. een naiuven band van vriendschap aan. Op de vele uitstapjes, die Van Lokhorst tot oefening van zijn talent in den omtrek van Houten maakte, liet hij het nimmer na, zijn vriend Van

Lummel' een bezoek te brengen.

Toch zag Van Lummel dikwijls met zorg te Houten de toekomst te gemoet. Het grootste gedeelte zijner leerlingen aldaar was R.-Katholiek en, daar de pastoor pogingen in het werk stelde om eene afzonderlijke school voor de kinderen zijner gemeente tot stand te brengen, stond het te voorzien, dat Van Lummel, wiens tractement grootendeels bestond uit de schoolgelden zijner leerlingen, weldra een goed deel van zijn inkomen zou moeten verliezen. Bovendien geraakte hij in moeieljjkheid met den predikant, tegenover wien hij zijn rechtmatig gezag meende te moeten handhaven. Hoewel een en ander spoedig in der minne geschikt werd, was het toch voor Van Lummel gelukkig, dat hij, op aanbeveling van den Utrechtschen schoolopziener Tip, eene benoeming ontving tot hoofdonderwijzer aan de vierde Diaconieschool te Utrecht, welke benoeming hij niet aarzelde terstond te aanvaarden. Deze school geraakte onder zijne leiding tot bloei, zoodat zij in 1857 tot eene Tusschenschool met eene Opleidingsschool voor onderwijzers werd uitgebreid en nog later zich ontwikkelde tot de tegenwoordig nog bestaande Marnix-stichting. In de dertig jaren, die hij te Utrecht werkzaam wad, heeft hij zijn tijd zeer nuttig besteed. Van kerkelijke en zendingsgeschiedenis, van technologie," teekenen en muziek maakte hij meer en meer werk. Hij hield lezingen zoowel voor beschaafden en ontwikkelden als voor eenvoudigen, was medewerker aan tal van tijdschriften en bladen en lid van onderscheidene vereenigingen. Bovendien schreef hij de boeiende historische verhalen: De Smidsgezel, de Bijlhouwer en de Hopmansvromo en was ook nog anderszins als schrijver voor de school en het volk werkzaam. Hij teekende verschillende seriën platen ten dienste van het aanschouwelijk onderwijs, waaronder vooral zijne Bijbelsche platen merkwaardig zijn, terwijl zijne feestplaten ter herinnering der kroning van Willem III, zelfs eene bijzondere onderscheiding van den Koning te beurt viel. Den 11 September 1873 mocht Van Lummel onder veel feestvreugde en eerbetooning den gedenkdag zijner vijfentwintigjarige ambtsvervulling vieren. Na dien tijd mocht het hem nog twee jaren vergund zijn, met lust en ijver zijn werk voort te zetten. Hij was niet sterk. Reeds vroeg had hij grijze haren. Doch in 1876

Sluiten