is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschiedenis der wording en ontwikkeling van het Christelijk lager onderwijs in Nederland

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vereen, v. C. X. S. op de algem. verg., den 1 Juni 1882 te Leeuwarden gehouden, voor, dat men zou benoemen »eene commissie van minstens drie leden met het recht van assumtie, met mandaat in onderhandeling te treden met goedgezinde kerkvoogdijen, om de stichting eener normaalschool in Friesland vooral geldelijk te steunen; voorts te beproeven, de noodige fondsen bijeen te brengen; eindelijk eenige algemeene grondbepalingen en regelen te ontwerpen voor de nieuwe stichting." Daar men evenwel vernam, dat er in Friesland reeds eene commissie bestond, die een dergelijk doel beoogde, verklaarde de vergadering, door eene motie van Dr. Ph. S. v. Ronkel, die met 49 tegen 14 stemmen werd aangenomen, dat zij zich over de reeds aangewende pogingen verheugde, »doch acht bij de bekende activiteit der Friesche vrienden voor dit oogenblik het voorstel overbodig en wenscht den broeders een goeden uitslag toe, waartoe zij gaarne wil medewerken."

Welnu, deze goede uitslag liet zich niet lang wachten. Reeds den 22 Aug. 1883 werd in De Nederlanden te Franeker, onder het hoofd J. van Bruggen met 10 leerlingen eene normaalschool geopend. Zij was gegrond op de beginselen van art. 1 van de Yereen. v. C. N, S.

Hoewel het aanstellen van een Inspecteur op de bezwaren van het Hoofdbestuur der Vereen, v. C. X. S. was afgestuit, bleef men toch de behoefte gevoelen aau een verbeterd schooltoezicht. Daarom droeg de algem. verg. v. C. X. 8., den 9 Juni 1881 te Rotterdam gehouden, met 42 tegen 14 stemmen aan de Hoofdcommissie op, het door haar reeds genomen besluit in zake een verbeterd schooltoezicht en de reorganisatie van het Bestuur der Vereeniging, uit te voeren. Den 1 Maart 1883 trad de nieuwe regeling in werking. Per missive van Februari waren reeds de Subcommissiën en agenten, onder dankbetuiging voor de bereidwilligheid, waarmede zij de Hoofdcommissie met raad en daad steeds hadden bijgestaan, van hunne betrekkingen eervol ontheven. Het gebied, waarover de Vereen, v. C. X. S. hare werkzaamheden uitstrekte, werd nu verdeeld in Schooldistricten, naar aanwijzing van eene door de Hoofdcommissie vastgestelde tabel. Aan het hoofd van deze Districten werden Districtsraden gesteld, elk van drie tot vijf leden, die de Hoofdcommissie moesten vertegenwoordigen binnen hun district. Zij moesten toezicht oefenen op de bij de Vereeniging aangesloten scholen in hun district, welke te allen tijde voor hen toegankelijk moesten wezen en droegen een raadgevend en