Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de openbare school ook in Wons op te heffen. Reeds in Mei 1867 was aldaar de Chr. school geopend geworden en na dien tijd waren er voor de openbare school te Wons haast geen kinderen over gebleven. Toch had men het dorpje genoodzaakt van 1867 tot 1884 eeue som van f 25,369 voor die overbodige school op te brengen.

Ook te Kubaard had men eene openbare school, die zoo goed als niet bevolkt was, daar bijna al de leerlingen er de Chr. school bezochten. Tweemalen besloot de gemeenteraad van Hennaarderadeel de openbare school te Kubaard op te heffen, doch de Gedeputeerde Staten van Friesland weigerden beide keeren hunne bekrachtiging. Ten laatste werd toch het besluit van den gemeenteraad door Z. M. den Koning bekrachtigd.

Ook te Bruchem in Gelderland moest men zich de weelde getroosten, eene openbare school te onderhouden, die, even als vroeger, ook in 1884 weder geheel ontvolkt bleef.

In 1884 stichtten eenige broeders, niet tevreden met het ruime standpunt der Vereen, r. Chr. Onderwijzers in Nederland, een nieuwe vereeniging, die de Gereformeerde belijdenis als haren grondslag erkende. Het Hoofdbestuur der Vereen, v. Chr. Onderwijzers protesteerde hiertegen, eveneens H. J. Lemkes, die in 1854 de oude vereeniging mee had opgericht.

De heer Bijleveld was bevreesd, dat door de stichting van de nieuwe vereeniging de oude onder de verdenking zou komen, dat zij van hare basis was afgegleden. »Niet uitsluitend gereformeerd," aldus sprak hij op de vergadering, den 26 en 27 Mei 1885 te Amsterdam gehouden, sis onze vereeniging; zij kan geen ouderteekening der drie Formulieren van Eenigheid van hare leden eischen: dan immers zou zij eene kerkelijke vereeniging moeten zijn. Neen, de vraag is bij ons niet: hoe staat gij tegenover de Formulieren van Eenigheid, maar wel: hoe staat gij tegenover het Woord Gods ? En met deze vraag zijn wij als personen en als vereeniging van betere conditie dan de nieuwe vereeniging. Wij handhaven ons standpunt, dat door de Leeuwarder verklaring werd aangeduid, als de uitdrukking van hetgeen niet alleen de Nederlandsche Geloofsbelijdenis, maar ook alle andere Confessiën omtrent het Woord Gods bevatten." De quintessence van zijn spreken was de verklaring: »De vereeniging staat, ten opzichte der H. Schrift, geheel op het standpunt der belijdenissen uit de dagen der Reformatie. (Ned. Geloofsbel. art. 2—7. Luth.

Sluiten