Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Forin. Concordiae, art. 1 en 2; Fransche Geloofsbel. art 4 en 5; 2e Helv. Conf. art. 1)."

De heer Feringa in liet bijzouder en de geheele vergadering in liet algemeen betuigden hunne instemming met deze woorden. — Gelukkig werd de nieuwe vereeniging spoedig daarna opgeheven en had deze zaak dus geen verder gevolg.

HOOFDSTUK LXVI.

Geen nieuws onder de zon. Wat is het doel van het Chr. Nat. Schoolonderwijs ? — Op de begraafplaats „Ter Navolging". - Een Jubileüm.

Ook in 1882 was er een dergelijke strijd in den boezem der Vereen, v. Chr. Onderwijzers gestreden, als die, welken wij in ons vorig artikel bespraken. Toen toch waren er velen, die beweerden, dat de grondslag der Vereeniging verouderd was en deswege niet geheel ondubbelzinnig kon genoemd worden. Het Hoofdbestuur stelde daarom eene duidelijk geformuleerde verklaring voor, om de artikelen 2 en 3 der statuten historisch toe te lichten in den geest der opstellers, die voor het meerendeel toen nog leefden, terwijl de heer Husen wilde, dat art. 2—7 onzer Ned. Geloofsbelijdenis aangenomen werd als uitdrukking van het geloof dei- Vereeniging aangaande de H. Schrift.

Er heerschte vooral in de weken, die aan de algem. verg., den 30 en 31 Mei 1882 te Leeuwarden gehouden, voorafgiugen, geen kleine spanning. Zelfs de grondslagen van Barnabas schenen er door geschokt te zullen worden. Op bovengenoemde algem. verg. evenwel stelde een der aanwezigen de volgende motie voor: »De Vereeniging van Chr. onderwijze ra en onderwijzeressen verklaart, overeenkomstig art. 2 en 3 der statuten, den Bijbel te erkennen als door den H. Geest ingegeven, onfeilbaar en van Goddelijk gezag en dus ook als historisch betrouwbaar."

Al de aanwezigen kouden zich hiermee vereenigen, zoodat door deze woorden de Vereeniging uitgemaakt had, in welke verhouding zij stond tot de H. Schrift. Toen niemand door te blijven zitten bewees zijne goedkeuring er niet aan te willen hechten, brak de grijze voorzitter de plechtige stilte, die na zoo eenparige overeenstemming in de vergadering heerschte, af met de woorden: »Ziet gij 't nu wel

Sluiten