Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op hun graf een gedenkteeken onthuld. De naaste aanverwant der beminde dooden, de heer Baron van Wassenaer van Catwijck, die het gedenkteeken in eenvoudigen stijl uit wit marmer had laten oprichten, noodigde ook de Vereen, v. Chr. onderwijzers, die juist terzelfder tijrl in Den Haag haar algem. verg. hield, bij de plechtigheid der onthulling. Hij had tot een lid van het Hoofdbestuur dier Vereen, gezegd : nZonder Groen hadden wij geen Christelijk ouderwijs in Nederland; maar ook zonder deu steun der Chr. ouderwijzers had Groen nooit kunnen doen, wat hij gedaan heeft; daarom wil ik het monument aan u overdragen, om het toezicht er op uit te oefenen. \\ ij allen zijn sterfelijk en wij hopen, dat de Vereen, v. Christ. onderwijzers in Nederland ons lang zal overleven.' Op de begraafplaats had dan ook deze overdracht, welke bij monde van den 'V oorzitter aanvaard werd, plaats. Aan de Afdeeling »'s-Gravenhage" werd opgedragen, toezicht op het monument te houden en jaarlijks op de algem. verg. over den toestand er van te rapporteeren. Het onderhoud van het gedenkteeken zou worden bekostigd uit de renten eener som, •door den heer Baron van Wassenaer daarvoor beschikbaar gesteld.

Den 30 Oct. 1885 mocht de Vereeniging voor C. N. S. haar 25-jarig bestaan feestelijk herdenken. Op dien datum vereenigden zich in de zalen van het genootschap Natura Artxs Magistra te Amsterdam eenige honderdtallen vrienden en vriendinnen van het Chr. onderwijs om, onder de herdenking van 's Heeren daden, Zijn Naam te verhoogen. Was de Vereeniging onder worsteling en strijd ■geboren, nauwelijks geteld bij de vrienden, klein, miskend en veracht bij de wereld, toch was zij onder de hoede des Almachtigen van jaar tot jaar toegenomen. Voor Feringa was die dag een dubbel feest, want hij gedacht toen tevens, hoe hij nu de Vereeniging reeds vijfentwintig jaren als secretaris had ter zijde gestaan en met raad en daad had gediend. In September, aan den feestdag voorafgaande, had de Hoofdcommissie per circulaire aan de vrieuden van het Chr. onderwijs verzocht »om den feestdag met haar te gedenken, door gemeenschappelijk met ootmoedig schuldbesef en in het gevoel onzer onwaardigheid, den Heere te danken voor zijne ongehouden goedheid en genade, ons zoo rijkelijk betoond." Op vele plaatsen had men aan deze uitnoodiging gehoor gegeven en had men bidstonden ■en bijeenkomsten met dat doel gehouden. Maar niet enkel werd er gebeden : men gaf ook mildelijk. Het Groen v. Prinxtererfonds ont-

Sluiten